Goedemorgen! Vorige week stond bij mij in het teken van datadelen, portabiliteit van reputatie- en transactiedata en overkoepelende juridische vraagstukken in de platformeconomie. Ik heb mij weer vermaakt 😉 Het project waarin we een standaard ontwikkelen voor portabiliteit van data voor platformwerkers staat intussen goed in de steigers: 6 platformen, 4 universiteiten en diverse kennispartners werken volop mee. Altijd fijn wanneer iedereen in een ‘dit gaan we regelen’ modus zit waar het gemeenschappelijk belang boven het eigen belang staat. En dat is gaaf.

In deze editie weer de nodige mooie artikelen en food4thought. Mooie week!

Fairwork | New Report – Ratings fairness in the UK Platformeconomy

Fairwork | New Report – Ratings fairness in the UK Platformeconomy

Hoe ‘eerlijk’ is het werk en de condities in de platformeconomie? Dat is de hoofdvraag die bij Fairwork centraal staat. Al enige jaren doet deze club, die is geborgd bij een groep top onderzoekers bij de Oxford University, onderzoek naar de condities van werkenden in de platformeconomie.

Afgelopen week kwamen zij voor het eerst met een rapport voor de UK uit. Platformen kunnen maximaal 10 punten scoren. Dit over 5 onderwerpen:

  1. Fair pay;
  2. Fair conditions;
  3. Fair contracts;
  4. Fair management;
  5. Fair representation.

De laagste score in dit UK rapport is een 0, de hoogste een 8. Hierbij wel een kleine disclaimer: alleen wanneer het platform een punt kan onderbouwen wordt deze toegekend, anders niet. Werk je niet (optimaal) mee, dan verdien je geen punten.

Los van deze disclaimer is de methodiek een goede manier om inzichtelijk te maken hoe ‘fair’ het werk via het desbetreffende platform is en een incentive voor platformen om zich beter te gedragen. Daarnaast is het een echt serieus wetenschappelijk onderzoek: om een score te krijgen wordt o.a. gesproken met zowel platformwerkers als de medewerkers van het platform zelf. Dat maakt het model niet makkelijk schaalbaar, maar wel kwalitatief erg sterk.

Wat in de score ontbreekt, en dat zie ik in nagenoeg iedere discussie in de kluseconomie, is de context en benchmark. Zo wordt bij ‘fair pay’ bijvoorbeeld gekeken naar het minimumloon, maar niet naar wat een werkende die niet via een platform wordt bemiddeld verdient en wat deze condities zijn. Dit is (naar mijn mening) echt belangrijk, omdat dat ook laat zien of de condities via het werken via een platform beter, het zelfde of slechter zijn. Dat is ook waardevolle informatie.

Wat dit rapport ook laat zien is dat de grens over wat nu wel en wat nu niet onder de kluseconomie of platformwerk valt begint te vervagen. Zo scoort het platform PedalMe in de UK lijst de hoogste score: een 8. Maar is dit nu echt een platform? Of is het een koeriersbedrijf dat ook gebruik maakt van platformtechnologie? Fairwork werkt zelf met de volgende definitie: “A digital labour platform is a “company that uses digital resources to mediate value-creating interactions between consumers and individual service-providing workers, i.e. that digitally mediates transactions of labour”. De klant is volgens deze definitie (als ik hem goed lees) en consument. Maar bij het koeriersplatform is dit (in veel gevallen) niet zo. Of voert het platform namens een business (winkel) een bezorging uit.

Waarom al dat gezever over een definitie? Heb ik op zondagavond 23:12 niets beter te doen? Ik kan mij genoeg dingen bedenken, maar het punt dat ik vooral wil maken is dat doordat platform technologie steeds meer door bedrijven die we niet direct als platformbedrijf zien, dat de grens en het grijze gebied steeds vager zal worden. Immers: wanneer je PedalMe toevoegt, zou je in Nederland ook vele fietskoerierbedrijven als Fietskoeriers.nl toe kunnen voegen, maar ook nieuwe diensten als Gorillas. Die welliswaar geen tweezijdige marktplaats zijn, maar die wel via platformtechnologie hun koeriers aansturen. Doen we dat, dan zal het aandeel platformwerk in de Nederlandse arbeidsmarkt exploderen. Puur door het anders interpreteren van een definitie. Tijd dus voor een goed gesprek over definities.

Vaccine waitlist Dr. B collected data from millions. But how many did it help? | MIT Technology Review

Vaccine waitlist Dr. B collected data from millions. But how many did it help? | MIT Technology Review

Het is je vast niet ontgaan dat ons land in deze pandemie ruim 17 miljoen virologen en andere pandemie experts telt. Wat een weelde 😉 Wat deze periode heeft laten zien is dat zowel een centrale als een decentrale (bottom-up) aanpak niet optimaal is. Een perfecte platform case dus: centraal faciliteren en kaders stellen en daarmee decentraal empoweren. Dat klinkt eenvoudig, maar iedereen weet dat dit in de praktijk erg lastig is.

Daarom is het vandaag tijd voor een gedachte experiment aan de hand van een concrete casus. Een gedachte experiment dat meer inzicht moet geven welke rol een overheid heeft in de platformeconomie en hoe zij als ‘overheid als platform’ deze technologie en strategie kunnen gebruiken om centraal te faciliteren en kaders te stellen om vervolgens decentraal te empoweren.

Het begint met een tweet die ik op 30 maart 2021 om 9 uur ’s avond stuurde. De vaccinatiecampagne kwam niet van de grond en voor de buitenwereld leek de coördinatie flink te kort te schieten. Dit in combinatie met een lockdown vol beperkingen zorgt voor frustratie. Ook bij mij. Dus ik stuurde deze tweet: “Wie bouwt even een Too Good Too Go app voor niet gevulde vaccinatie slots? Zo moeilijk kan het niet zijn. Wie van jullie helpt de GGD een handje? Morgen Crowdfunding live en overmorgen bouwen”. Het idee was simpel: faciliteer centraal met een platform waar mensen decentraal op priklocaties (incl. huisartsen) hun restjes konden aanmelden, om er zo voor te zorgen dat geen enkel vaccin werd verspild. Een ToGoodToGo (een platform dat ik eerder in deze nieuwsbrief heb uitgelicht) voor onbenutte prikcapaciteit.

Toen ik de volgende morgen mijn Twitter app opende zag ik dat deze was ontploft: met (inmiddels) bijna 50.000 impressies, 161 likes, 28 retweets en flink wat reply’s had ik een vraagstuk (of misschien beter: frustratiestuk) te pakken waar meer mensen iets van vonden. De grote vraag was alleen: waar kan dit het beste worden geborgd. Mijn idee was om dit met hulp van anderen zelf op poten te zetten. Immers: hoe moeilijk kan het zijn? Intussen hoorde ik via via dat iemand anders dit al eerder bij de GGD had aangeboden en zij hiervoor hadden bedankt.

Uiteindelijk heb ik het idee om verschillende redenen niet doorgezet. Om te beginnen ging dit om een heel tijdelijk probleem: een platform opzetten kost tijd en vervolgens moeten ook alle priklocaties worden aangesloten (en gecontroleerd). Daarnaast moet dit ook gewoon goed gebeuren: er komt veel gevoelige data bij kijken en die wil je niet op straat hebben liggen. Al met al zou het een enorme operatie worden voor een probleem dat op het moment dat alles werkte misschien alweer voorbij was. Daarnaast was het een idee bedacht vanuit buiten. Ik had geen idee of de priklocaties op deze oplossing zaten te wachten, of en hoe dit binnen hun processen paste en het was de vraag of het een kwestie was van ‘platform zoekt probleem’ of ‘probleem zoekt platform’. Had ik het wel gedaan, dan had dat vast ontzettend veel mooie media aandacht opgeleverd, maar was het de vraag of het echt iets had bijgedragen.

Een van de voorbeelden waar ik in die week naar heb gekeken is het Amerikaanse Dr. B. Dit platform leek exact op hetgeen ik in gedachte had. Intussen zijn we een paar maanden later en las ik vorige week dit artikel dat flink wat kritische kanttekeningen (en voor mij leerpunten) plaatste over de toegevoegde waarde van het platform (er waren maar een fractie van de priklocaties aangesloten en de redactie heeft niemand kunnen vinden die is geholpen via het platform), de intransparantie van het platform en het businessmodel en de vraag wat er met de data zou gebeuren.

Intussen hebben in Nederland drie artsen het platform ‘Prullenbakvaccin‘ gelanceerd. In de laatste editie van Medisch Contact las ik een artikel over het initiatief. Het initiatief is vanuit de sector (artsen die de pijn van het probleem ervaarden) voor de sector opgezet.  VWS en De Jonge waren in het begin negatief over het platform: “het zou de vaccinatieverdeling van het RIVM doorkruisen”. Een paar weken later was de toon vanuit VWS gematigd en waren zij enigszins positief. De website ziet er goed uit, al is het de vraag in hoeverre het probleem nog urgent is. Los van dat: top dat dit is gerealiseerd, al is het alleen maar om hier van te leren voor in de toekomst.

Want wat kunnen we van deze casus leren? Wat zijn de voorwaarden om een dergelijk platform succesvol neer te zetten? Een paar gedachten:

  1. Het moet snel duidelijk worden hoe groot de pijn is (hoeveel vaccins worden weggegooid). Is er echt een probleem? Dit moet redelijk snel uitgezocht kunnen worden, maar het is wel belangrijk om daarbij te denken vanuit het probleem, niet de oplossing.
  2. Het belangrijk dat de kwaliteit goed is en bedenk hoe welke data je wel en welke data je vooral niet wilt verzamelen. Bij Prullenbakvaccin.nl vul je bijvoorbeeld geen persoonlijke data in.
  3. Idealiter moet dit worden meegenomen in de totale strategie en niet als een parallel en extern project. Dat een planning van vaccinaties nooit waterdicht kan zijn is op voorhand te bedenken. En daar kun je dus op voorhand oplossingen voor bedenken en ontwikkelen. Of in ieder geval koppelingen mogelijk maken waar anderen van buiten op aan kunnen sluiten.
  4. Het is ontzettend belangrijk dat alle betrokken stakeholders worden meegenomen in een dergelijk traject. Het moet voor hen geen extra administratie opleveren en passen binnen bestaande processen. Dus: niet voor mensen denken, maar met mensen denken.
  5. Je wilt niet dat een dergelijk initiatief een eigen verdienmodel nodig heeft. Het is belangrijk om de vraag te stellen wat we verstaan onder een digitale publieke infrastructuur.
  6. Het sowieso de vraag is waar dit geborgd moet worden.

Hoewel ik nog zit te kauwen op deze casus, leek mij het een goed moment om deze wel nu al te delen. En denk ik intussen na hoe je ook als overheid meer kunt faciliteren met de borging van publieke waarden en democratische legitimiteit en intussen anderen kunt empoweren om zich zelf te organiseren. Want de tijd dat top-down organiseren de enige en beste optie was, is intussen echt wel een paar jaar voorbij. En daar moeten organisaties en instituties, dus ook VWS en het RIVM, maar aan wennen.

Voor de fiscus is een flexkracht van Temper voorlopig een zzp’er

Voor de fiscus is een flexkracht van Temper voorlopig een zzp’er

Hoewel de Arbeidsinspectie in een uitgelekt rapport (het rapport is alleen meerdere malen uitgelekt, maar bij mijn weten nog nooit officieel gepubliceerd) de conclusie trekt dat Temper een uitzendbureau is,  maakte to-business freelance bemiddelingsplatform Temper afgelopen week bekend dat de Belastingdienst met het verlengen van de modelovereenkomst daar tot het nieuwe jaar niet in mee gaat. En zijn de werkenden die via Temper klussen vinden gewoon ZZP’er.

Je hoeft niet veel fantasie te hebben dat ze bij FNV ‘not amused’ waren over dit bericht. Ik moest er stiekum wel om lachen. Waarom? Omdat deze casus laat zien hoe groot de onduidelijkheid is over de verschillende classificaties in de arbeidsmarkt dat ze het bij de verschillende ministeries eigenlijk ook niet echt meer weten. Er wordt nu gesproken of de bewijslast dan maar moet worden omgedraaid (medewerker, tenzij), maar dat is natuurlijk ook een puur zwaktebod: de onduidelijkheid blijft. En duidelijkheid: daar is intussen iedereen wel aan toe. De actie van Temper met de Belastingdienst is slim ingezet, maar ook de FNV speelt met het lekken van het rapport van de Arbeidsinspectie ook een eigen spel.

De houding vanuit FNV is niet heel verrassend: zij hebben het (terechte) gevoel dat zij de enige zijn die zich over de arbeidsmarkt durft uit te spreken. FNV liet zich meerdere malen ontvallen dat zij het vreemd vonden dat juist zij nu de uitzendsector aan het promoten zijn. (ok, misschien nu even niet ;-)). De reactie vanuit Temper is daarentegen ook niet verrassend: zij hebben logischerwijs geen zin om de rekening te betalen van onduidelijke regelgeving en hebben een heel andere arbeidsmarkt in gedachte.

De onduidelijkheid zal intussen nog wel een flinke tijd voortduren. Intussen shopt iedereen selectief uit het rapport van Borstlap en is de broodnodige hervorming van de arbeidsmarkt waar zowel de waarden van FNV als van Temper (want die liggen dichterbij elkaar dan je zou denken) tot hun recht komen nog ver, ver weg.

Amazon’s New ‘AmaZen’ Program Will Show Warehouse Workers Meditation Videos

Amazon’s New ‘AmaZen’ Program Will Show Warehouse Workers Meditation Videos

Hoe zorg je als techbedrijf dat ongelukkige magazijnmedewerkers weer gelukkig en rustig worden? Via technologie. Een ‘mooi’ voorbeeld hoe veel techbedrijven alle problemen denken te lossen via…. technologie. Je zou natuurlijk ook naar de kern van het probleem kunnen kijken hoe het uberhaupt komt dat die mensen zo ongelukkig zijn…

Ook gelezen

Contact

Inspiratie opgedaan en advies of onderzoek nodig bij vraagstukken rondom de platformeconomie? Of op zoek naar een spreker over de platformeconomie voor een online of offline event?

Neem gerust contact op via een reply op deze nieuwsbrief, via mail ([email protected]) of telefoon (06-50244596).

Bezoek ook mijn YouTube kanaal met ruim 300 interviews over de platformeconomie en mijn persoonlijke website waar ik regelmatig blogs deel over de platformeconomie. En lees mijn boek ‘Platformrevolutie – Van Amazon tot Zalando, de impact van platformen op hoe wij werken en leven’.

Recommended Posts