Lena Simet (Human Rights Watch) over platformwerk: Van turbokapitalisme naar verantwoorde arbeidsvoorwaarden

Lena Simet (Human Rights Watch) over platformwerk: Van turbokapitalisme naar verantwoorde arbeidsvoorwaarden

In The Gig Work Podcast van de WageIndicator Foundation spreekt Martijn Arets met Lena Simet van Human Rights Watch over de schaduwkanten van platformwerk en manieren om te komen tot effectief beleid. “Technologie om werk te organiseren is razendsnel ontwikkeld, maar de wetgeving om werkenden op platformen te beschermen loopt hopeloos achter.”

Hoe zorgen we dat platformbedrijven in de kluseconomie zich als verantwoorde werk- en opdrachtgevers gedragen, in plaats van hebberige tussenpersonen die steeds meer winst maken en de risico’s en kosten om te ondernemen bij werkenden neerleggen? Vakbonden, arbeidsorganisaties en overheden wereldwijd zoeken een oplossing voor dit probleem.

Zo ook Human Rights Watch, een internationale organisatie die wereldwijd onderzoek doet naar de schending van mensenrechten. Senior-adviseur economische rechtvaardigheid Lena Simet bestudeert de laatste jaren specifiek de impact en economische rechtvaardigheid van platformbedrijven op werkenden. In The Gig Work Podcast van de WageIndicator Foundation sprak ik haar over haar onderzoek. Haar conclusies geven een goed beeld van de ontwikkelingen vanuit een globaal perspectief.

Luister hier naar deze aflevering van The Gig Work Podcast

Juridisch vacuüm

Simet onderzocht de invloed apps voor taxi, maaltijdbezorging en boodschappenbezorging op platformwerkers in onder andere Libanon, Texas en New York. “Technologie om werk te organiseren is razendsnel ontwikkeld, maar de wetgeving om de rechten van werkenden die werken via platformen te beschermen loopt hopeloos achter”, vertelt ze. “Het is een juridisch vacuüm: platformwerkers zijn niet formeel in dienst, dus het werk en de verdiensten zijn hun eigen verantwoordelijkheid. Bijna alle arbeidsrechten waarvoor in het verleden is gevochten, lijken in dit bedrijfsmodel niet te bestaan.”

Oneerlijk, vindt zij. Haar interesse in platformwerk ontstond tijdens de coronacrisis. “Platformwerkers waren de helden: ze gingen de straat op om maaltijden of boodschappen te bezorgen, ze werkten in de gezondheidszorg”, vertelt ze. “Iedereen was blij met ze, maar die waardering zag je niet terug in hun arbeidsvoorwaarden. Veel kregen geen mondkapjes of handgel, als ze zelf ziek werden kregen ze geen compensatie of betaald verlof.”

‘Werken zonder bescherming mag niet de nieuwe norm worden’

Ondertussen groeit de reikwijdte en impact van platformwerk enorm. “Platformwerkers zijn allang niet meer alleen over taxichauffeurs of maaltijdbezorgers”, vertelt ze. “Inmiddels zie je dat ook verpleegkundigen, leraren en therapeuten op afroep via apps worden ingehuurd. In plaats van een vast contract met vaste diensten, worden zij nu ‘on demand’ ingezet met wisselende uren en verdiensten.”

Een steeds groter deel van de wereldwijde beroepsbevolking wordt aangenomen en ontslagen via platformen, zegt ze. “Dit vergroot de ongelijkheid op de arbeidsmarkt enorm. Uit ons onderzoek blijkt dat zij geen arbeidsrechtelijke bescherming hebben. Daarom is nieuw beleid zo belangrijk. We mogen niet toestaan dat onderbetaling en gebrek aan bescherming de nieuwe norm worden op de arbeidsmarkt.”

Werknemer of zelfstandige: fatsoenlijk werk voor iedereen

Wereldwijd worstelen overheden met de juridische status van platformwerkers: zijn het werknemers in dienst of zelfstandig ondernemers? Loondienst lost een hoop op: vaak zijn zekerheden en beschermingen voor werknemers juridisch aan deze contractvorm gekoppeld, maar in de praktijk is dit lastig af te dwingen.

Ook in Nederland is de discussie nog lang niet klaar. Kijk maar naar de laatste uitspraak van het gerechtshof Amsterdam over de vraag of Uber-chauffeurs formeel in dienst zijn of niet. Conclusie: dat verschilt per chauffeur. En in continenten zoals Azië, Afrika of Latijns-Amerika is het al helemaal niet zo vanzelfsprekend om een arbeidsovereenkomst te hebben. Sterker nog: bijna de helft (46%) van de werkenden wereldwijd is zelfstandig ondernemer (ILO 2025).

Daarom is het op dit moment misschien nog wel belangrijker om antwoord te vinden op de vraag: hoe zorgen we ervoor dat de risico’s en kosten van zelfstandigen net zo goed gedekt zijn als die van werknemers? De grootste problemen komen doordat platformen de kosten en risico’s die in een werknemersrelatie voor rekening zijn van de werkgever, doorschuiven naar het individu.

Platformen verslechteren individuele onderhandelingsmacht

Het onderzoek van Human Rights Watch laat zien dat er actie nodig is. “We zien de gevolgen van gebrek aan regulering wereldwijd”, vertelt Simet. “Het klopt dat beroepsgroepen zoals schoonmakers, taxichauffeurs en maaltijdbezorgers ook voor de komst van platformen meestal niet in loondienst werkten. Maar wat verslechterd is, is hun onderhandelingsmacht.”

Ze noemt motortaxi’s in Kenia. “Vroeger bepaalden chauffeurs hun eigen prijzen in onderhandeling met de klant. Nu bepaalt de app de prijs. De chauffeur heeft daar geen enkele invloed meer op, zeker omdat deze bedrijven vaak monopolies vormen.”

Tegelijkertijd biedt platformisering hoop op verbetering. “Platformen maken werkenden die voorheen onzichtbaar waren, zichtbaar. Als het lukt om deze grote bedrijven te dwingen om werkenden fatsoenlijk te belonen, is dat een enorme kans om miljoenen werkers wereldwijd te voorzien van betere levensstandaarden.”

Libanon: forse groei sinds 2019

Simet is als ik haar spreek net terug uit Libanon voor een studie naar de situatie van platformwerkers. Tot haar verbazing was er nauwelijks onderzoek gedaan naar de platformeconomie, terwijl het business model daar enorm groeit. “Sinds de enorme economische crisis in 2019 is platformwerk voor velen de enige kans op een inkomen”, zegt ze. “De groep werkenden is enorm divers qua leeftijd, opleidingsniveau en beroep.”

Welke gevolgen heeft platformisering? Er vielen haar vier verontrustende zaken:

  1. Daling van het inkomen over tijd: Ze sprak veel mensen die al lang via platformen werken, soms al tien jaar. In die tijd is hun inkomen meestal gedaald. Velen ontvangen nu nog maar een vijfde van wat ze voorheen verdienden. Dat komt omdat er inmiddels veel meer platformwerkers zijn. Hoewel de prijzen voor klanten stijgen, hebben de platformen de vrijheid om de verdiensten voor de werkenden te verlagen.
  2. Gebrek aan sociale zekerheid: Werkers moeten alle kosten zelf dragen, hebben geen ziekteverlof en worden niet geholpen bij arbeidsongevallen.
  3. De enorme kloof tussen werker en bedrijf: Bedrijven zijn niet geïnteresseerd in klachten. Werkers kunnen zich nauwelijks verenigen om druk uit te oefenen.
  4. Volledig gebrek aan beleid. Platformwerk komt helemaal niet voor in de huidige arbeidswetgeving.

Traumatische overval

In de podcast vertelt Simet het aangrijpende verhaal van de 74-jarige taxichauffeur Abraham. Tijdens de crisis verloor hij zijn werk, zijn spaargeld en zijn pensioen. Vanwege zijn leeftijd namen reguliere taxibedrijven hem niet aan, dus ging hij in 2015 aan de slag via een taxiapp.

Op een dag werd hij als chauffeur door klanten met een mes op zijn keel overvallen. Ze stalen zijn telefoon en zijn auto. Hij zocht hulp bij het platformbedrijf, maar dat weigerde hem te helpen. In zijn overeenkomst stond tenslotte dat hij een “onafhankelijke contractant” (zzp’er) was, dus hij was volledig zelf verantwoordelijk. “Hij bleef getraumatiseerd en zonder auto achter”, zegt Simet. “Uiteindelijk kon hij met financiële hulp van zijn familie deze periode overleven en kreeg uiteindelijk van zijn broer een andere auto kado. Hij werkt weer, maar is nog elke dag bang.”

Volgens Simet illustreert dit verhaal dat het platformen met hun bedrijfsmodel expres alle kosten en risico’s naar de werkenden verschuiven. “Verantwoordelijkheid en menselijkheid ontbreken.” Dit terwijl juist platformen, die opereren in gefragmenteerde markten, de schaalvoordelen zouden kunnen inzetten om omstandigheden te verbeteren en risico’s te middelen. Dit niet doen is een bewuste keuze en strategie.

Uitbuiting in Texas

Onderzoek is de basis om beleid te creëren rondom fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. Welke minimale bescherming hebben platformwerkers nodig? Wat is een leefbaar loon? Aangezien platformwerkers niet in dienst zijn, geen vaste tijden hebben en hun eigen middelen en zekerheid moeten regelen, is zo’n tarief heel anders opgebouwd dan een werknemersloon. Lees meer over een leefbaar tarief in deze blog.

In mei 2025 publiceerde Human Rights Watch het rapport The Gig Trap: Algorithmic, Wage and Labor Exploitation in Platform Work in the US. Daaruit blijkt dat platformwerkers in Texas flink worden uitgebuit.

5,12 dollar per uur

“Het was heel lastig om data te krijgen, want bedrijven zijn niet verplicht informatie te delen over werkenden die niet in dienst zijn”, vertelt ze. “We hebben dus informatie opgehaald bij de platformwerkers zelf. In eerste instantie zagen we een bruto-uurloon van 16,90 dollar. Maar dat is niet wat zij daadwerkelijk overhouden aan het werk.”

Omdat platformwerkers zelf de kosten voor hun voertuig, telefoon en internet moeten betalen, blijft er slechts 7,53 dollar over. Als je daar vervolgens de ‘non-wage benefits’ zoals pensioen- en verzekeringskosten van aftrekt die een normale werknemer zou krijgen, kom je uit op 5,12 dollar per uur. “Dat is ver onder het minimumloon van 7,25 dollar en nog verder onder een leefbaar tarief”, zegt Simet. Waarbij het goed is om te beseffen dat een minimumloon in Texas iet voldoende is om te kunnen leven. Kijk je naar het “leefbaar loon” (living wage) in Texas, dan komt dit volgens WageIndicator data momenteel uit op 16,49 dollar. En let wel: de gemelde inkomsten per werkenden zijn een gemiddelde. Er zijn platformwerkers die op dagen met hoge onkosten en weinig ritten vrijwel niets overhouden, waarbij het grote probleem is dat werkenden geen invloed hebben op de vraag naar werk en de hoeveelheid werkenden die op een platform actief zijn.

Hartverscheurend turbokapitalisme

“Ik vond het hartverscheurend om te horen dat platformwerkers zichzelf verwijten dat ze zo weinig verdienen”, zegt Simet. “Een oudere vrouw die boodschappen deed voor Instacart zei: ’tja, ik kan nu eenmaal niet snel genoeg lopen’.”

Ze noemt het turbokapitalisme (capitalism on steroids). “Iemands waarde en zijn inkomen worden slechts bepaald door hoe snel er winst uit hun arbeid kan worden geperst”, zegt ze. “Het heeft niets te maken met een eerlijke beloning en creëert perverse prikkels die mensen dwingen om hun gezondheid te riskeren.”

New York: collectieve actie leidt tot een eerlijkere beloning

Simet ziet gelukkig ook vooruitgang. Zo is het app-bezorgers in New York gelukt een minimumtarief af te dwingen. “Het is een prachtig voorbeeld van hoe collectieve actie tot verandering leidt”, vertelt ze. “De platformwerkers voerden eerst hun eigen onderzoek uit om de problemen aan te tonen en presenteerden dit aan de gemeenteraad. Het eigen onderzoek van de gemeente bevestigde hun bevindingen op basis van eigen onderzoek: van extreem lage beloningen tot gebrek aan veiligheid en schendingen van de privacy.”

New York gebruikte dit onderzoek als basis voor beleidshervormingen. De gemeente dwong de bedrijven niet om mensen als werknemer in dienst te nemen, maar bepaalde een minimumtarief voor platformwerkers om hun gebrek aan bescherming te compenseren. Ondanks fel verzet van bedrijven, voerde New York stapsgewijs een minimumloon in voor platformwerkers.

Discussie over wachttijd

Over dat tarief werd flink gediscussieerd. Platformbedrijven kwamen met het argument dat ze wachttijd niet kunnen betalen, omdat werkenden “toch meerdere apps tegelijk open hebben staan” en dan dus van drie verschillende platforms tegelijk betaald krijgen.

“In werkelijkheid wordt dit ‘multi-apping’ enorm overschat”, zegt Simet. “Zo’n 80 tot 90 procent van de platformwerkers gebruikt maar één app tegelijk. Bovendien beschikken deze bedrijven over alle data: ze kunnen tot op de seconde nauwkeurig uitrekenen wie wanneer beschikbaar is. In New York is dit inmiddels opgelost: bedrijven moeten betalen voor de volledige tijd dat werkenden verbonden zijn met de app, dus ook wachttijd.”

Efficiënter en eerlijker

Het resultaat? Omdat platformen nu zelf verantwoordelijk zijn voor de wachttijd, zijn ze efficiënter gaan plannen. Sinds de invoering van het minimumtarief in New York steeg het aantal bezorgingen per uur van 1,6 naar 2,5. Door de verantwoordelijkheid bij het platform te leggen, krijgt de app een directe prikkel om de tijd van de werker nuttiger te besteden.

De omstandigheden van de platformwerkers zijn enorm verbeterd, vertelt Simet. Het stadsbestuur kijkt nu naar vervolgstappen, bijvoorbeeld om platformwerkers te beschermen die om onduidelijke redenen van een platform worden verbannen.

Wereldwijd probleem, mondiale oplossing?

Het is duidelijk dat de uitwassen van de platformeconomie een mondiaal probleem zijn. Hoewel er nu lokale oplossingen bedacht worden, werkt de International Labour Organization (ILO) aan een mondiale oplossing. In juni 2026 wordt tijdens de ‘114e International Labour Conference’ in Genève met overheden, werkgevers en werknemersorganisaties gewerkt aan het afronden van de ‘ILO Platformwork Convention’. Een proces waar Lena namens Human Rights Watch aan meewerkt.

In Geneve worden wereldwijde afspraken gemaakt over platformwerk, met focus op sociale zekerheid, transparante algoritmes en het voorkomen van misclassificatie. Een conferentie waar ik ook zal proberen bij aanwezig te zijn om verslag uit te brengen van deze onderhandelingen. Wat de uitkomst ook zal zijn, het is wat mij betreft al flinke winst dat overheden zien hoe belangrijk dit thema is en het is gelukt om, tegen de verwachting van velen in, dit onderwerp op de globale agenda te krijgen. Eerlijke arbeidsomstandigheden zijn tenslotte een verantwoordelijkheid van ons allemaal.

Overleven versus perspectief? ‘Geen kwestie van geld, maar van verantwoordelijkheid nemen’

In de discussie over platformwerk stuit ik steeds weer op een groot dilemma. Online platforms bieden een snelle oplossing voor werk en inkomen op de korte termijn. Tegelijkertijd schieten ze vaak tekort in het bieden van goede arbeidsvoorwaarden, duurzame loopbanen en toekomstperspectief. Dit spanningsveld is volgens mij de belangrijkste uitdaging voor de toekomst van werk. Hoe lossen we het op?

Frida Mwangi weet er alles van. Ze maakte de overstap van huisvrouw naar platformwerker, en groeide vervolgens door tot ondernemer en vakbondsleider. Als mede-oprichter van de Kenya Union of Gig Workers (KUGWO) maakt ze zich sterk voor de rechten van Keniaanse platformwerkers. Haar lessen zijn niet alleen relevant voor Kenia, maar voor de platformeconomie wereldwijd. Ik sprak haar voor een nieuwe aflevering van The Gig Work Podcast van de WageIndicator Foundation tijdens mijn bezoek aan Nairobi, Kenia.

Een nieuwe start

Mwangi weet uit eigen ervaring welke kansen en gevaren de platformeconomie kan bieden. Nadat ze zeventien jaar fulltime moeder en huisvrouw was geweest, wilde ze weer aan het werk. Niet alleen om geld te verdienen, maar ook om een voorbeeld te zijn voor haar kinderen. Maar zonder recente werkervaring of referenties was een reguliere baan onbereikbaar.

Toen ontdekte ze Upwork, een van de grootste internationale platformen voor freelancers. Daar kon ze na een korte training direct aan de slag. Haar eerste werk was audio omzetten in teksten (transcriber). “Ik kon in mijn eigen tijd werken vanuit huis, dat was ideaal in combinatie met de opvoeding en het huishouden”, vertelt ze. “In het begin was het uitputtend, want het was mijn allereerste baan. Tegelijk voelde het als een bevestiging: ‘Oh, dit is echt. En het is iets wat ik daadwerkelijk kan.’ Het voelde als een kans op een nieuw leven.”

Leren van anderen

Mwangi wilde ooit advocaat worden, maar dat was er niet van gekomen. Leergierig was ze nog steeds. Ze ontdekte allerlei online gemeenschappen waarin platformwerkers kennis en ervaring deelden. “Daar leerde ik veel van, zowel over het werk als over hoe je hogere verdiensten kon halen”, vertelt ze. “Die gemeenschappen waren ontzettend waardevol. Binnen een mum van tijd had ik meer werk dan ik aankon. Ik wist mijn overvloedige werk uit te besteden via mijn eigen kleine onderneming: Kazi Remote.”

Dit laat zien dat platformwerk een springplank kan zijn naar werk en zelf ondernemerschap. Maar Mwangi ontdekte ook al gauw de negatieve kanten.

Frida Mwangi, foto door Martijn Arets

Eenzijdige voorwaarden

Ten eerste: arbeidsvoorwaarden en verdiensten konden zomaar ineens veranderen. Aanvankelijk verdiende ze tussen de 15 en 20 dollar per opdracht, later liep dat op tot 100 dollar toen zij zich specialiseerde in juridische, financiële en academische transcriptie opdrachten. “Toen meer mensen aan de slag gingen via Upwork, werden het lastiger om klussen te krijgen”, vertelt ze. “Het probleem was dat je moest bieden op opdrachten en dat systeem was onbetrouwbaar. Sommige dagen bleef je maar bieden zonder werk te krijgen.” Ook verschoof het werk van transcriberen naar het proeflezen van door AI gegenereerde transcripties.

Toen voerde Upwork een nieuw systeem in. Platformwerkers moesten credits kopen om te kunnen bieden op een klus. “Om een veilige positie op het platform te behouden, moet je soms wel 45 dollar per maand aan credits besteden”, vertelt Mwangi. “Voor wie uit een financieel kwetsbare situatie komt, is dat een flinke drempel. Het platform liet de werkenden ineens alle risico’s dragen.”

Buitensluiting en trage betalingen

Bovendien kon het algoritme je zomaar buitensluiten. “Soms werd je wakker en was je account zonder waarschuwing geblokkeerd”, zegt ze. “Vaak werd je vanzelf weer toegelaten, maar dat duurde even. In de tussentijd miste je inkomsten.”

Platformen namen geen verantwoordelijkheid, vertelt ze. “In het begin was PayPal niet toegankelijk voor de Afrikaanse regio. Toen de dienst wel beschikbaar kwam werden accounts regelmatig geschorst, terwijl het geld van de werkende er nog op stond. En liepen uitbetalingen soms maanden vertraging op. Als we klachten hadden, was niemand bereikbaar.”

Internetafval en mentale schade

Ironisch genoeg begon Frida’s activisme via een initiatief van het platform zelf. Tijdens een Upwork-evenement ontmoette ze andere freelancers en ontdekte ze dat ze niet de enige was met problemen. Ook hoorde ze schrijnende verhalen van collega’s in contentmoderatie en data-labeling. Dit is het werk waarbij mensen illegale of aanstootgevende teksten of video’s van platforms moeten verwijderen en algoritmes trainen om dit soort content te herkennen.

“Velen dachten dat ze vertaalwerk gingen doen, maar moesten in plaats daarvan dagelijks schadelijke inhoud filteren”, vertelt ze. “Het was afval, internet-afval waar je doorheen aan het ziften bent. En hoe meer je binnenkrijgt, hoe schadelijker het is voor je mentale gezondheid.”

‘Platformen bieden geen carrière’

Verder zag ze dat platformen weliswaar een opstap boden naar werk, maar werkenden niet echt vooruit hielpen. “Als ik was blijven steken in mijn transcriptiewerk, zou ik nu nauwelijks opdrachten meer hebben”, zegt ze. “Dit soort werk is inmiddels grotendeels geautomatiseerd. Dat geldt voor meer klussen via platformen.”

De techbedrijven bieden een lage drempel om aan de slag te gaan, maar zelden doorgroeimogelijkheden, trainging of begeleiding. Mwangi: “Ik realiseerde me dat platformen je geen carrière bieden, maar slechts geschikt zijn als tijdelijke plek om geld te verdienen. Toch worden vele afhankelijk, juist door gebrek aan doorgroeimogelijkheden.”

Georganiseerde actie is niet eenvoudig

Ook hoorde ze steeds meer verhalen over onderbetaling bij locatiegebonden werk, zoals taxidiensten. Al deze verhalen raakten haar diep en brachten een oude droom terug: advocaat worden. Ze voelde een sterke drang om op te komen voor platformwerkers. Mwangi: “Volgens mij moeten de platformen hun verantwoordelijkheid nemen, zowel qua arbeidsomstandigheden en beloning als qua langetermijnperspectief.”

Haar eerste poging in 2019 om een vereniging op te richten mislukte. “Niemand had ervaring met organisatievorming”, vertelt ze. “Bovendien is organiseren is niet eenvoudig in de platformeconomie. Waar je in een fabriekshal makkelijk met collega’s over problemen praat, zit zitten platformwerkers alleen thuis. Ook is er een kloof tussen de verschillende typen werk. De online freelancers voelen zich anders dan bijvoorbeeld de Uber-chauffeurs.”

Maar ze gaf niet op, want ze was ervan overtuigd dat collectieve actie noodzakelijk is. In 2024 kreeg ze het voor elkaar: samen met andere paltformwerkers stichtte ze de Kenya Union of Gig Workers (KUGWO). Het is de eerste Keniaanse vakbond die zich inzet voor betere arbeidsomstandigheden, lonen en rechten voor alle type platformwerkers.

‘Het is een kwestie van verantwoordelijkheid nemen

Mwangi’s visie: platformen kunnen zowel korte- als langetermijnvoordelen bieden voor werkenden. “Het is een keuze voor bedrijven om al dan niet mee te werken aan uitbuiting”, zegt ze. “Dat geldt niet alleen voor de platformen zelf. Hun klanten zijn vaak grote, westerse corporates. Deze bedrijven moeten de ‘S’ (Sociaal) in de ESG-principes (Environmental, Social, and Governance) niet vergeten.”

KUGWO werkt graag samen met techbedrijven om de belangen van de werkers voorop te stellen. Een mooi voorbeeld is de samenwerking met Microsoft/LinkedIn Learning. De Keniaanse vakbond kaartte aan dat platformwerkers die hun baan verloren door automatisering geen mogelijkheden hadden om hun vaardigheden te verbeteren. Na overleg bood Microsoft elf gratis cursussen aan (zoals projectmanager of softwareontwikkelaar) als opstap naar beter werk. Mwangi: “Dit bewijst dat je, zelfs in een complexe relatie, concrete en duurzame oplossingen kunt vinden.”

Frida Mwangi, foto door Martijn Arets

Kracht van sterke vakbonden

Tot slot sprak ik Mwangi over politieke invloed en regelgeving. Volgens haar wordt de stem van werkenden in Kenia structureel genegeerd door beleidsmakers. Haar oproep aan de rest van de wereld is dan ook helder: “Bouw sterkere instituties waarmee werkenden meer invloed kunnen uitoefenen. Steun ze, bijvoorbeeld met juridische en technische expertise. Werkgevers en overheden hebben al zoveel macht, de werkende staat zwak.”

Mwangi benadrukt dat je financiële onafhankelijkheid en een sterke ledenbasis nodig hebt om überhaupt te kunnen onderhandelen. Ze weet uit ervaring hoe moeilijk dat is. Toch heeft ze met haar veerkracht en doorzettingsvermogen al veel bereikt.

Tot slot: is het een dilemma?

Die oproep van Mwangi sluit aan bij eerdere gesprekken die ik voerde, zoals met Ephantus Kanyugi van de Keniaanse Data Labelers Association. Dit is geen officiële vakbond, en juist daardoor snel en flexibel. Mwangi koos een andere route: het oprichten van een formele vakbond, met alle bureaucratie en politieke dynamiek die daarbij komt kijken. In de praktijk zijn ze complementair. Ze hebben verschillende strategieën, maar een gedeeld doel: betere werkomstandigheden en beloning voor platformwerkers.

Ik ben het eens met Kanyugi en Mwangi: wat op korte termijn nodig is en wat op lange termijn belangrijk is, moet hand in hand gaan. Snel en laagdrempelig toegang tot werk, met zekerheid en toekomstperspectief. Zeker als de opdrachtgevers bedrijven zijn, moeten zij verantwoordelijkheid nemen en die niet afschuiven op de individuele werkenden. Opdrachtgevers en platformen moeten kiezen: dragen ze bij aan uitbuiting, of bouwen ze mee aan perspectief voor werkenden wereldwijd?