Goedemorgen! Afgelopen week onder andere gewerkt aan een nieuw paper, de voorbereidingen voor een presentatie deze week bij de ABU over uitzenden en platformen en heb ik verkennende gesprekken gevoerd om een experiment met KlusCV / GigCV in verschillende landen in Afrika op te zetten. Niet stil gezeten dus 😉 Voor deze editie weer een paar stukken verzameld en deze als aanleiding gebruikt om over verschillende onderwerpen iets te schrijven. Veel leesplezier en fijne week!


De realtime proeftuin van (big) tech

Hoewel veel ontwikkelingen in de platformeconomie in principe niet nieuw zijn (voor Uber hadden we al taxi’s en voor Booking boekten we al hotels), is de manier waarop technologie wordt ingezet om de transactie tot stand te brengen, uit te voeren, te monitoren en te beoordelen veelal wel anders. Dit is iets dat duidelijk naar voren kwam in het interview met voormalig Uber-chauffeur James Farrar in de nieuwsbrief van vorige week, welke nu ook op ZiPconomy is gepubliceerd en nu ook op Apple Podcasts is terug te vinden.

Afgelopen zondag las ik op Nos.nl het stuk ‘Big tech wil AI-functies snel in handen van gebruikers, maar niet té snel‘. Het stuk gaat over de afwegingen die techbedrijven maken in het al dan niet lanceren van nieuwe functionaliteiten en de zoektocht naar de balans tussen snelheid, het al dan niet voldoen aan regelgeving en concurrentie. Waarbij ‘het al dan niet voldoen aan regelgeving’ vanuit verschillende invalshoeken kan worden bekeken.

Jelle Zuidema, universitair hoofddocent explainable AI aan de Universiteit van Amsterdam, benadrukt dat de “grote, fundamentele problemen, rondom privacy, het waarheidsgehalte en haatdragende content niet zo even in een paar maanden zijn opgelost”. In zijn ogen lijken de bedrijven “een slag te slaan” voordat er allerlei regels worden opgelegd.

Oftewel: het maakt niet veel uit of je een weekje eerder of later live gaat: de fundamentele problemen los je toch niet in een week op. En daarnaast heb je in een omgeving met beperkte regels of handhaving (waarbij het schermen met complexiteit om het uitblijven van uitlegbaarheid te verbloemen veel wordt ingezet) de gelegenheid om snel te groeien voordat er regels worden opgelegd. Iets dat ik de afgelopen 10 jaar vaak zie gebeuren bij grote spelers, die allemaal hetzelfde lobby-handboek lijken te volgen.

Naast het groeien zonder regels (en daarmee een concurrentiepositie opbouwen die lastig in te halen is: concurrentie moet immers een paar jaar later groeien tegen veel hogere kosten), heeft het snel invoeren van functionaliteiten en het experimenteren nog een doel: op kosten van alle gebruikers leren en optimaliseren.

Ik moest denken aan een developer die ik een jaar of 8 geleden sprak die vanuit een verzekeraar de overstap had gemaakt naar een deelplatform. Hij legde uit dat nieuwe functies in software bij de verzekeraar eerst door en door moest worden getest, vervolgens op persona’s werd getest, daarna op een selecte groep klanten en tien stappen later pas op de gehele klantengroep. Op zijn eerste dag bij het platform werd hem verteld dat hij daar real-time experimenten met ALLE gebruikers uit mocht voeren. Hij was hierover zeer verbaasd, maar het is iets dat ik bij veel platform- en techbedrijven terug zie komen. Ook bij alle AI bedrijven is dit het geval.

Wat mij opvalt is dat niemand (of misschien kijk ik niet goed genoeg, mail gerust linkjes als ik het mis heb en ik zal deze volgende week hier delen) de vaag stelt of het wenselijk is dat miljoenen en soms miljarden gebruikers (lees: echte mensen) dagelijks onderdeel zijn van experimenten van bedrijven die op de rekening van deze mensen groeien, leren en innoveren. Want hoewel dit vanuit een technisch perspectief waanzinnig interessant is, is het vanuit een ethisch perspectief behoorlijk discutabel. Wat mij betreft mogen we daar kritischer op zijn.


Hoe bereken je de inkomsten per uur in de gig economy?

Het berekenen van hoeveel iemand in een uur verdiend: hoe moeilijk kan het zijn? Nou, in de kluseconomie op platformen voor on demand klussen waar de werkende per klus wordt betaald (lees: bezorging en taxi) is dat een stuk lastiger dan je zou denken.

Wanneer het gaat om het berekenen van werktijd en hieraan gekoppeld de kosten per uur dan is de eerste vraag: wat is werktijd. Is dit:

  1. De tijd dat je inlogt in de app en beschikbaar bent om klussen te accepteren? (alle tijd dat je beschikbaar bent, ongeacht of je wel of niet een klus uitvoert)
  2. De tijd vanaf het accepteren van een klus tot het eindigen van deze klus? (de tijd na het accepteren van de klus, het rijden naar de klant of restaurant, het wachten, het uitvoeren van het transport tot het moment dat de passagier is uitgestapt of de pizza is bezorgd)
  3. De tijd van de daadwerkelijke transactie (het aanpakken van de pizza tot en met de bezorging, alle andere tijd is geen werktijd)

Daarnaast hebben de workers ook de mogelijkheden om opdrachten niet aan te nemen of te annuleren en kan een platformwerker meerdere apps tegelijkertijd aan hebben staan en op hetzelfde moment beschikbaar zijn voor meerdere platformen. Ook zijn er extra variabelen als (variabel) bonussen en de fooi de de werkende via de app ontvangt.

Het zal je niet verbazen dat wanneer platformen door de rechter worden gedwongen de werkende een minimum uurratief te betalen (bijvoorbeeld comform cao), deze discussie losbarst. En je snapt ook dat iedere partij in dit debat een eigen invulling geeft aan het begrip ‘werktijd’.

Hoe moet het dan wel? Hiervoor wil ik een voorbeeld delen waar ik afgelopen week over las waarin de rechter in New York een minimum beloning van 18 dollar per uur voor bezorgers heeft verdedigd.

Per NYC’s mandate, companies that use delivery workers will choose between one of two minimum pay rate options outlined by the city. The first option requires companies to pay a worker at least $17.96 per hour, excluding tips, for time spent connected to the app, which includes time spent waiting for a gig.

The other option involves apps paying $0.50 per minute of active time, exclusive of trips. Active time happens from the moment a worker accepts a delivery to the moment they drop off the food.

Helder.

De vraag over het berekenen van de inkomsten per uur zal deze week mogelijk ook relevant worden in Nederland. Op dinsdag 3 oktober zal de rechter namelijk uitspraak doen in de zaak FNV > Uber of Uber zich aan de taxi cao zal moeten houden. Wat overigens niets zegt over de juridische status van de werkende: dat is weer een ander verhaal waarvan niet duidelijk is of de rechter hier iets over gaat zeggen. Op het moment dat het bedrijf zich aan de cao moet houden, dan zal ook iets moeten worden gevonden van het begrip ‘werktijd’. Dus mogelijk dat ik hier volgende week nog op terug kom. In het geval van de rechtszaak in New York heeft de rechter hier iets over gezegd. Voor in Nederland lijkt mij (mocht de rechter oordelen dat Uber zich aan de cao moet houden) het ook een goed idee wanneer dit zal gebeuren, omdat anders iedereen hier weer de eigen invulling aan zal geven, wat voor 100% zeker weer zal uitmonden in…. een nieuwe rechtszaak.


Hoe Uber er hard in gaat in de lobby en discussie rondom de Europese platformwork directive

Al een flinke tijd, je hebt er in deze nieuwsbrief ook al vaker iets over kunnen lezen, wordt in Brussel gewerkt aan de ‘platformwork directive’. De directive richt zich op een bepaald type werkplatform (vooral: on demand en op locatie) en is tweeledig:

  1. het voorstel dat niet de platformwerker moet aanvechten werknemer te zijn, maar het platform moet bewijzen dat de werkenden géén werknemers zijn. Oftewel: werknemer, tenzij (met de bewijslast bij het platform);
  2. wetgeving rondom transparantie, verantwoordelijkheid en uitlegbaarheid bij algoritmes en automatische besluitvormingsprocessen.

Afgelopen week waarschuwde Uber in een artikel in de Financial Times voor een ‘desastreus scenario’ bij de invoering van deze (op Europees niveau nog niet definitieve en op land niveau nog heel ver van definitieve) directive.

Anabel Díaz, head of Uber’s mobility division in Europe, urged lawmakers debating the EU’s Platform Work Directive this week to approve rules that preserve what she described as self-employed workers’ desire for flexibility.

“If Brussels forces Uber to reclassify drivers and couriers across the EU, we could expect to see a 50-70 per cent reduction in the number of work opportunities,” Díaz said. This would cause Uber to cease operating in “hundreds” of the 3,000 cities across the EU that it serves today, she added.

A new law giving drivers full working rights would also force Uber to raise the prices paid by consumers, Díaz added. “It could drive up prices by as much as 40 per cent for consumers in major cities — according to the European Commission’s own estimates — and with fewer drivers, riders could expect to experience significantly longer wait times.”

Volgens enkele wetenschappers, die het stuk ‘Shutting Down Uber? Employment Status and the EU’s Proposed Platform Work Directive‘ publiceerden, ligt het e.e.a. een stuk genuanceerder:

It is important to note that these provisions do not establish any new criteria regarding employment status. Instead, they merely change the procedure for determining it. At present, if a platform worker wishes to argue they are falsely self-employed, the burden of proof rests with them. In marshaling the necessary evidence, workers will often face an uphill struggle, not least as the algorithmic systems platforms used to manage them are usually inscrutable.

To account for this evidentiary challenge, the Directive’s rebuttable presumption would move the burden of proof onto the platform. In the event of a misclassification dispute, the putative employee would no longer need to prove that they should be classified as an employee; rather, the platform would need to prove that the self-employment relationship is in fact genuine.

Pace Uber’s claims to the FT, then, the proposed Directive does not force platforms to ‘reclassify’ any persons performing platform work—it does not change the classification criteria. The emphasis is on procedural aspects in order to ensure the proper enforcement of existing rules, bringing clarity for workers and platforms alike.


DSA: van theorie naar praktijk

In deze nieuwsbrief heb je al veel kunnen lezen over de Digital Service Act (DSA). Maar wat gebeurt er wanneer een dergelijk wet is ingevoerd? Want dan begint het pas echt interessant te worden. Hoe implementeren platformbedrijven nieuwe wetgeving. En: hoe zit het met de handhaving.

In het stuk “Update Digital Services Act – The DSA is now a reality for VLOPs“, welke door PwC is gepubliceerd, is een interessante update te lezen. “In this article, we provide an update on the DSA and highlight the upcoming release of audit guidance and other milestones.” Interessant om eens door te lezen voor iedereen die bij een organisatie werkt waarop de DSA van toepassing is en voor iedereen die interesse heeft om te leren wat er allemaal komt kijken bij de invoering en implementatie van een dergelijk stuk wetgeving.


Contact

Inspiratie opgedaan en advies of onderzoek nodig bij vraagstukken rondom de platformeconomie? Of op zoek naar een spreker over de platformeconomie voor een online of offline event? Neem gerust contact op via een reply op deze nieuwsbrief, via mail ([email protected]) of telefoon (06-50244596).

Bezoek ook mijn YouTube kanaal met ruim 300 interviews over de platformeconomie en mijn persoonlijke website waar ik regelmatig blogs deel over de platformeconomie. En lees mijn boek ‘Platformrevolutie – Van Amazon tot Zalando, de impact van platformen op hoe wij werken en leven’. Interesse in mijn foto’s? Check dan mijn foto pagina.

Recommended Posts