Workshop 10 februari: ‘Discriminatie in de platformeconomie’ | Platformen en onderwijs: niet altijd een goed huwelijk | Platformen op de verkiezingsagenda | E-Marketplaces in Afrika

Goedemorgen! Morgen zal de online workshop ‘skills in de kluseconomie’ plaatsvinden. Meer info en aanmelden kan hier, er is nog plek! En in deze editie ook gelijk nog een uitnodiging voor een online workshop op 10 februari over ‘discriminatie in de platformeconomie’. Over de platformeconomie raak je nooit uitgeleerd 😉

Op dit moment ben ik druk bezig om mijn jaarplanning voor 2021 rond te maken. In April loopt mijn onderzoek naar portabiliteit van reputatiedata af, maar ik ben aan het brouwen op een vervolg. Daarnaast heb ik ook de wens om een nieuw onderzoek te doen naar de oplossingen voor de problemen in de platformeconomie. De uitdagingen zijn bekend, dus tijd om in oplossingen te gaan denken. Dit laatste onderzoek zou dan ook een boek moeten opleveren, maar nu eerst nadenken over het businessmodel.

Daarnaast laat ik ook altijd veel ruimte over voor losse klussen. Zo doe ik regelmatig verkennende onderzoeken voor klanten (van een paar dagen tot een paar weken), geef ik links en rechts advies, geef ik presentaties op (nu even vooral online) congressen, coach ik regelmatig corporatie innovatie teams die met platform proposities bezig zijn en praat ik boards bij over platformen.

Voor deze editie heb ik weer 5 mooie stukken verzameld en voorzien van duiding en commentaar. Fijne week!

p.s. heb je deze nieuwsbrief doorgestuurd gekregen? Aanmelden kan hier! Op zoek naar een spreker over platformen voor jouw (online) event of sessie? Reply dan op deze mail.

UK’s Bloom & Wild raises $102M to seed its flower delivery service across Europe – TechCrunch

UK’s Bloom & Wild raises $102M to seed its flower delivery service across Europe – TechCrunch

Ik ben mijn onderzoeken naar de ontwikkelingen in de platformeconomie in 2012 begonnen, omdat ik verwachtte dat met een jaar of 15 in alle sectoren platformen actief zouden worden. Vandaag de dag kan ik mij geen sector meer bedenken waar platformen op de een of andere manier geen rol spelen. As losstaande marktplaats, een SaaS oplossing om bestaande processen te verbeteren of als technologisch vliegwiel voor nieuwe spelers in een willekeurige sector.

Dit stuk over Bloom & Wild gaat over een ontwikkeling in de laatste categorie. In het bedrijf is reeds 35 miljoen geïnvesteerd en deze week werd bekendgemaakt dat daar nog eens 102 miljoen (dollar) bovenop komt. Niet om een bodemloze put proberen te dempen (het platform schrijft zwarte cijfers), maar om de groeit te versnellen.

Wat kunnen we van een speler als deze leren?

  • actief in een markt waar het aanbod gefragmenteerd is: veel losse bloemenwinkels en een paar ketens;
  • actief in een markt waar het huidige aanbod voornamelijk met een offline mindset naar online kijkt. Natuurlijk zijn er bloemenwinkels met webshops, maar de processen achter de schermen zijn weinig veranderd;
  • leren obv data en daarmee het product ontwikkelen. Dat heeft veel voordelen, o.a. minder ‘waste’ in het proces (beter voorspellen), leren wat de klant wil, etc.
  • duidelijk gaan voor kwaliteit en een eigen identiteit en merk met eigen bloem specialisten (Florists): bloemenverkopers staan niet echt bekend om hun waanzinnige marketing skills;
  • slimme logistiek: een bos bloemen past in een speciale doos die door de brievenbus past. Daardoor is bezorging betaalbaar en kan gebruik gemaakt worden van een bestaand netwerk en hoef je geen eigen bezorg netwerk te gaan bouwen.

Slim concept. Had dit door een bestaande speler in de bloemenbranche gestart kunnen zijn? Die kans is klein. Vaak wordt dan nog te veel vanuit bestaande (logistieke) processen gekeken. Dan praat je meer over digitalisering van bestaande processen, in plaats van digitale transformatie.

‘Digitaal’ in de verkiezingsprogramma’s | Considerati | Partners for the Digital World

‘Digitaal’ in de verkiezingsprogramma’s | Considerati | Partners for the Digital World

Over nog geen twee maanden zijn de verkiezingen. De uitslag hiervan zal ook gevolgen hebben op hoe technologie en platformen op de agenda staan in de Tweede Kamer.

Het slechte nieuws (laten we daar maar mee beginnen) is dat er veel ervaring en goede mensen op dit onderwerp niet terug zullen keren in de Kamer. In deze aflevering van BNR Digitaal wordt daar door Jasper Bakker, ICT-journalist bij AGConnect en Tijs Hofmans van Tweakers verder op ingegaan. Niet alleen op het gebied van tech zal er een grote ‘braindrain’ in Den Haag plaatsvinden: een groot deel van de Kamerleden zal niet terugkeren. Niet heel prettig voor de continuïteit van het besturen van een land en goed nieuws voor wie blijft zitten: dit zal hun voorsprong alleen maar vergroten.

Goed nieuws is dat digitaal steeds meer op de agenda staat. Ik ben daar wel eens wat cynisch over: het moet en kan echt veel beter, maar gelukkig gebeurt er genoeg. Zo zal er een Kamercommissie over ‘Digitaal’ worden geïnstalleerd. Ik hoop echt dat daar ook een flinke organisatie achter wordt geplaatst waarmee de inhoud en continuïteit kan worden geborgd. Dat zou overigens ook prima via een platform kunnen: een soort van crowdsourced adviesgroep. Ik zou zo meedoen. De ACM benoemde in 2020 al 5 ‘Non-Governmental advisors’, volgens mij kunnen niet genoeg van dat soort borgingen van kennis van buiten hebben.

Considerati vergeleek de verkiezingsprogramma’s op digitale thema’s zoals digitaks, platformregulering en AI. Op de volgende thema’s wordt een overzicht gegeven wat de verschillende partijen hierover in hun programma hebben gezet:

  1. Digital taxation
  2. Self-employment, platforms, labor market
  3. Data and AI
  4. Acknowledgment of Digital as a driver for welfare and wellbeing
  5. Competition

Een interessant overzicht.

Business and policy insights: Mapping e-Marketplaces in Africa

Veel aandacht gaat naar grote platformen in Europa en de VS en soms een klein beetje China. Nu waren er de laatste keer dat ik op de wereldkaart keek toch echt nog wat meer continenten, hoe zou het daar gaan met platformen?

Afgelopen week kwam ik dit interessante rapport tegen over (B2C) marketplaces in Afrika:

“Chapter 1 examines the current state of e-commerce in Africa and the challenges it faces. Chapter 2 presents a detailed picture of the online marketplace landscape across Africa. Chapter 3 analyses 15 international and African marketplaces that sell goods in Africa and explores how they function, their requirements and how they can support African SMEs. Chapter 4 considers the lessons learned in this report and suggests how these findings can be used to help develop e-commerce across the African continent. “

“Through the Africa Marketplace Explorer, ITC hopes to show how local and international online marketplaces can become viable venues for African companies. This report presents the findings of research conducted by ITC and the Amsterdam University of Applied Sciences, with an eye to improving understanding about e-commerce in Africa so online marketplaces can be accessed and better integrated into African economies. By taking an in-depth look at the condition of online businesses in Africa, assessing which marketplaces are growing or shrinking, examining how larger and global online marketplaces function, and determining how SMEs can access this new economy, ITC aims to identify what can be done to support and promote trade. “

Ik heb het hele rapport nog niet gelezen, puur wat fragmenten doorgelezen. Ligt dus nog op de stapel ’to read’.

De belangrijkste findings & reccomendations (volgens de summary):

  1. Many African online marketplaces are struggling;
  2. Older, low-tech business models are declining;
  3. Cross border e-commerce must be developed;
  4. Online platforms do not reach most entrepreneurs or countries;
  5. Data, communication, continued focus and support are needed.
Het NCOI casht ten koste van studenten en docenten | De Groene

Het NCOI casht ten koste van studenten en docenten | De Groene

Eerder in deze editie kwam de platformisering van de bloemenwinkel ter sprake. Nu is het tijd om het te hebben over de platformisering van het onderwijs. In een eerdere nieuwsbrief deelde ik al een opname van een sessie over platformen en het onderwijs waar ik tijdens de INNOvember week aan deelnam. Ik zat toen met  Anko van Hoepen (vicevoorzitter PO-raad) en Willem-Jan van Elk (strategisch adviseur leeromgevingen Kennisnet) aan tafel om over dit onderwerp te praten.

Veel gesprekken, ook die tijdens de INNOvember week, gaan over hoe platformen bijdragen aan het onderwijs. Platformen voor onderwijs noem ik dit. Weinig wordt gesproken over ‘onderwijs als platform’, waarbij het platform geen middel is om bestaande processen te verbeteren (procesoptimalisatie), maar er echt een transformatie plaatsvindt.

Bij platformisering van het onderwijs is het veelal ook de vraag in hoeverre dit een verbetering is. In veel gevallen wordt te weinig gekeken naar de sociale componenten. School is meer dan alleen de kennis die je opdoet, maar ook de sociale ontwikkeling en vorming als mens.

Deze week kwam ik deze interessante platform case tegen. Je zou ze kunnen omschrijven als de Uber van het volwassenonderwijs. Zij het niet dat deze organisatie al veel langer dan Uber bestaat. En hoewel NCOI, want daar gaat dit stuk over, zich niet als platform positioneert, heeft het toch verdacht veel kenmerken:

  • Verbinden van gefragmenteerd aanbod met gefragmenteerde vraag;
  • Aanbieders (docenten) zijn freelancer (maar hebben weinig in te brengen: als ik vakbondsleider zou zijn dan zou het woord schijnzelfstandige als eerst naar boven komen);
  • Centraliseren een markt middels een ‘winner takes all’ model;
  • Knipt diensten (opleidingen) op in stukjes, om zo beter te kunnen organiseren en vermarkten;
  • Kwaliteit aanbieders wordt gemeten middels reviews;
  • Reviews hebben groot effect op de privilleges van de freelance docenten;
  • Het lijkt alsof bewust informatie asymmetrie in stand wordt gehouden (en vergroot) als lock-in;
  • Opereert in een markt met veel grijs gebied wbt regelgeving.

En waneer je zo’n case leest dan is dat zeker een vorm van platformisering waar je niet blij van wordt…

Politiek moet eindelijk Big Tech mores leren – NRC

Politiek moet eindelijk Big Tech mores leren – NRC

“Het beschaafd houden van conversaties tussen mensen kunnen we niet uitbesteden aan technologie en enkele multimiljardairs, schrijven Marleen Stikker en Sander van der Waal.”

Leestip van de week, verder weinig op toe te voegen. Stellen de juiste vragen in dit opiniestuk.

En mocht je geen tijd hebben om het hele stuk te lezen, lees dan in ieder geval dit fragment, wat belangrijke context geeft over het vraagstuk waarom deze platformen (in de VS) zo vrij hun gang kunnen gaan:

“De basis van dat probleem stamt uit 1996, het jaar dat de Communication Decency Act in de Verenigde Staten in werking trad. In de 26 woorden van sectie 230 wordt de neutraliteit van internet providers en platforms gewaarborgd: „No provider or user of an interactive computer service shall be treated as the publisher or speaker of any information provided by another information content provider”.

De strekking is dat een digitale dienstverlener, net als telecompartijen, slechts een doorgever is. Hij heeft geen boodschap aan de boodschap en kan dus niet als uitgever worden aangemerkt. Internetdiensten worden sindsdien behandeld als telecomdiensten. Als terroristen een aanslag beramen via de telefoon, wordt KPN daar niet voor vervolgd. Bij een poederbrief wordt de postbezorger niet vervolgd. Zodoende kan Facebook-baas Zuckerberg niet worden vervolgd voor het bieden van een platform aan rechts-extremisme, hate-speech en de initiatie van lynchpartijen in bijvoorbeeld Myanmar.

De vraag is of internetdiensten inderdaad slechts als doorgeefluik geclassificeerd kunnen worden. Sociale media platforms, zoekmachines en browsers hebben wel degelijk belang bij de boodschap. Door sorteringsalgoritmen, advertenties en geautomatiseerde aanbevelingen bepalen deze platforms in grote mate wat hun bezoekers en gebruikers te zien krijgen. Een voorbeeld hiervan is de ‘fabeltjesfuik’: het fenomeen dat je bij het bekijken van video’s op YouTube door het algoritme steeds filmpjes voorgeschoteld krijgt die je verder doen afdrijven van de werkelijkheid.”

Workshop discriminatie in de platformeconomie

Uitnodiging! Voor de workshop ‘Discriminatie in de platformeconomie’

Uitnodiging! Voor de workshop ‘Discriminatie in de platformeconomie’

Discriminatie is een maatschappelijk probleem waar ook platformen mee te kampen hebben. Juist de nadruk op vertrouwen en persoonlijk contact die zo belangrijk is voor het functioneren van de platformeconomie kan discriminatie versterken. Dit probleem heeft de afgelopen jaren dan ook de nodige aandacht getrokken in de media maar ook in wetenschappelijk onderzoek, wat tot interessante nieuwe inzichten leidt.

In deze workshop gaan we aan de slag met vragen als: in hoeverre is discriminatie een probleem voor platformen? Wat zijn effectieve en werkbare oplossingen? En in hoeverre is het de verantwoordelijkheid van platformen om discriminatie tegen te gaan? Tijdens de workshop zullen we ingaan op kennis vanuit de wetenschap over dit onderwerp. Daarna gaan we in gesprek met een aantal platformen over hun ervaring met dit onderwerp en gaan we op zoek naar werkbare oplossingen.

Deze online workshop vindt plaats op 10 februari 2021 van 13:30 – 15:20. Inschrijven kan via deze link. Wees welkom!

In de media

Verkopen via Amazon of bol.com? ‘Let op addertjes onder het gras’ | NU.nl

Verkopen via Amazon of bol.com? ‘Let op addertjes onder het gras’ |  NU.nl

Door de redactie van Nu.nl werd ik geïnterviewd over de vraagstukken binnen e-commerce waar platformbedrijven zowel aanbieder als marktmeester zijn binnen de eigen marktplaats en mocht ik wat tips geven onder welke condities het als ondernemer interessant is om spullen en diensten te vermarkten via een online platform. Op 4 februari om 13:30 zal ik ook bij BNR Nieuwsradio te gast zijn om over dit onderwerp verder te praten.

Ook gelezen

  • Instacart is firing every employee who voted to unionize – The layoffs are hitting 10 unionized workers in Skokie, Illinois, in addition to other Instacart employees
  • Projecten vs vaste Baan? (podcast) – Op platformen melden mensen zich voor een klus. Klus gevonden of geklaard, dan checken ze weer uit. Zou dat niet op veel meer plekken kunnen? Zou dat projectmatige werken uiteindelijk de vaste baan kunnen gaan vervangen? Dat is de vraag in deze BNR Werkverkenners.
  • VPRO Tegenlicht: technologie als religie – Tot voor kort hadden religies het alleenrecht op de hemel. Maar godsdienst heeft een nieuwe concurrent: het dataïsme. De overtuiging dat uiteindelijk alles, ook het leven zelf, niets meer is dan data.

Contact

Inspiratie opgedaan en advies of onderzoek nodig bij vraagstukken rondom de platformeconomie? Of op zoek naar een spreker over de platformeconomie voor een online of offline event?

Neem gerust contact op via een reply op deze nieuwsbrief, via mail ([email protected]) of telefoon (06-50244596).

Bezoek ook mijn YouTube kanaal met ruim 300 interviews over de platformeconomie en mijn persoonlijke website waar ik regelmatig blogs deel over de platformeconomie. En lees mijn boek ‘Platformrevolutie – Van Amazon tot Zalando, de impact van platformen op hoe wij werken en leven’.

Er is ook een Engelstalige nieuwsbrief, welke iedere twee weken wordt verstuurd.

Uitzendbureaus versus klusplatformen: nieuwe wijn in oude zakken of oude wijn in nieuwe zakken?

Er zijn steeds meer online platformen om freelancers met korte klussen te matchen. Waarin verschillen deze online klusplatformen ten opzichte van de traditionele uitzendbureaus? Internationaal platformexpert Martijn Arets en universitair HRM-deskundige Jeroen Meijerink deden onderzoek. Zij interviewden een aantal platformen en kregen input van diverse experts.

De afgelopen jaren is het aandeel van online klusplatformen die bemiddelen tussen vraag en aanbod van werk gegroeid. Deze groei is het sterkst te zien in platformen die bemiddelen tussen een individuele werkende en een zakelijke afnemer. Het ING Economisch Bureau voorspelde in 2018 dat in 15 jaar, afhankelijk van de ontwikkeling van techniek en regelgeving, 20 tot 70 procent van de uitzendmarkt zal verlopen via online platformen. En hoewel deze spectaculaire groei nog niet is terug te zien in de cijfers, kabbelt het maatschappelijk debat rustig voort.

Een van de meest prangende discussies rondom platformwerk is die van de status van de werkende. Sommige platformen werken volgens een freelance constructie, anderen kiezen voor een uitzendconstructie. Volgens velen is de flexibiliteit en autonomie van de werkende alleen mogelijk vanuit het freelancemodel. Anderen weerleggen dit en wijzen erop dat een platform prima via een uitzendconstructie kan werken. In debatten hierover ontbreekt veelal een diepgang in de verschillen en overeenkomsten tussen deze modellen en de manier waarop platformen individuele werkenden het mogelijk maken om autonoom en flexibel te werken.

Universitair docent Jeroen Meijerink van de Universiteit Twente (vakgroep Human Resource Management) en onafhankelijk platformexpert Martijn Arets (o.a. auteur Platformrevolutie) vonden dat de tijd rijp is om duidelijkheid in dit debat te brengen. Niet met de ambitie om een uitspraak te doen over de juridische status van werkenden, maar om de verschillen en overeenkomsten in bemiddelingsactiviteiten van zowel freelance- als uitzendplatformen in de to-business markt in kaart te brengen. Om hiermee het debat te voeden met relevante inzichten vanuit de praktijk en wetenschap.

Online klusplatformen

Online klusplatformen verwijzen naar organisaties die gebruik maken van informatietechnologie (inclusief mobiele applicaties, kunstmatige intelligentie en software-algoritmen) om vraag en aanbod van kortdurende arbeid (klussen) op elkaar af te stemmen. Deze platformen kenmerken zich door hun marktplaatsfunctie: zonder tussenkomst van een menselijke intercedent kunnen opdrachtgevers en werkenden elkaar vinden, beoordelen en de gehele transactie, inclusief betaling, afhandelen. Bekende voorbeelden van klusplatformen zijn Uber, Fiverr, Upwork, Helpling, Temper en YoungOnes. Klusplatformen verschillen van elkaar in het soort klant dat zij bedienen (zakelijk of consument), de status van de werkende (freelance, uitzend of ander statuut), het soort uit te voeren werkzaamheden, de manier waarop de match wordt gemaakt (algoritme of voorselectie door platform), waar de uitvoer van de klus plaatsvindt (online of offline) en de manier waarop het platform invloed uitoefent op het uitvoeren van de klus. In alle gevallen heeft het platform als ‘private regulator’ een belangrijke sturende rol: het bepaalt spelregels onder welke voorwaarden de transactie plaats kan vinden, wie wel en niet toegang hebben tot het platform en hoe de prijs voor een klus wordt bepaald.

Om een goede vergelijking te maken tussen online klusplatformen die werken met freelancers en platformen die werken middels een uitzendconstructie, richten we ons hier alleen op online platformen die middels een marktplaatsmodel vraag en aanbod samenbrengen voor een zakelijke klant (zogenoemde to-business [2B] platformen).

Online klusplatform versus uitzendbureau

Om de verschillen en overeenkomsten in kaart te brengen tussen platformen die met een freelance- of uitzendmodel werken, is het belangrijk om eerst te begrijpen wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen een platformbemiddelaar en een traditionele bemiddelaar voor korte klussen: het uitzendbureau. Online klusplatformen en uitzendbureaus lijken in de kern veel op elkaar. Beiden voorzien hun klant van tijdelijk personeel dat werkzaamheden uitvoert bij en onder toezicht van de klant. Om de verschillen en overeenkomsten te kunnen duiden, hebben wij interviews gehouden met vertegenwoordigers van zes online klusplatformen en een juridische specialist arbeidsrecht.

In onderstaande tabel zijn de verschillen en overeenkomsten samengevat:

Uitzendbureaus en klusplatformen verschillen met name in de manier waarop de match tussen werkenden en de klant tot stand komt. Waar bij uitzendbureaus de intercedent de klant ontzorgt in het vinden van de juiste werkende, biedt een klusplatform (marktplaats) een online omgeving waar de klant een opdracht plaatst en de werkende direct reageert en communiceert met de klant. Het platform zorgt ervoor dat zoekkosten worden verlaagd, maar verlegt ook het werk dat voorheen door een intercedent wordt gedaan naar de klant en de werkende. De klant stelt namelijk zelf de opdrachtomschrijving op, kiest wie de klus uiteindelijk gaat doen en kan in veel gevallen een favorietenpool aanmaken van werkenden die zijn bevallen. Dit zorgt voor veel flexibiliteit en autonomie (ownership) bij de klant en werkende. Zo kent een platform geen openingstijden en is er geen informatie-asymmetrie gecreëerd door losse databases van intercedenten en regio’s. Het ‘eigenaarschap’ van (het contact met) de werkende ligt immers niet bij een intercedent: werkende en klant zijn in grote mate in controle over de (totstandkoming van de) transactie.

Hoewel ook uitzendbureaus flexibiliteit bieden, faciliteren online klusplatformen – althans in theorie – wat we hyperflexibliteit noemen (d.w.z. bijna onmiddellijke, on-demand werving van werkenden zonder tussenkomst van een menselijke intermediair). Het directe contact tussen klant en werkende in combinatie met het ontbreken van openingstijden, zorgt voor lage transactiekosten en een hoge snelheid van matching. Zo vond en contracteerde een klant op een van de geïnterviewde platformen op een zaterdagmorgen binnen twee minuten een werkende voor een opdracht op diezelfde dag.

Wij verwachten dat uitzendbureaus eerder werkenden in dienst hebben die langdurige en/of zeer specifieke opdrachten uitvoeren bij een klant, omdat deze voldoende inkomsten opleveren voor de uitzender die de hoge(re) transactiekosten die komen kijken bij het ontzorgen van de klant rechtvaardigen. Online klusplatformen zullen, voor nu, vooral de focus leggen op de dagklussen. Zo gaf één van de geïnterviewde vertegenwoordigers van een klusplatform aan dat de gemiddelde opdracht op het platform zeseneenhalf uur duurt.

Samenvattend stellen online klusplatformen klanten en werkenden in staat om zelf transacties te initiëren, af te handelen en te controleren. Dit zorgt ervoor dat klusplatformen bijzonder geschikt zijn om te voorzien in de vraag naar hyperflexibele, tijdelijke arbeid. In wezen dragen klusplatformen verantwoordelijkheden (die de menselijke intermediairs van uitzendbureaus uitvoeren) over aan klant en werkende met behulp van technologie. Als zodanig bieden klusplatformen ‘low-frills services’ aan hun gebruikers, wat de bedrijfskosten voor het platformbedrijf verlaagt, maar de administratieve lasten voor klantorganisaties verhoogt (die bijvoorbeeld zelf online oproepen moeten opstellen en publiceren, werknemers moeten selecteren en een pool van favoriete kandidaten bijhouden). Het is overigens de vraag of het uitzetten van een klus via een platform netto meer of minder werk voor klant of werkende oplevert: klanten dienen immers ook met een intercedent af te stemmen en contact te houden.

Verschillen tussen uitzend- en freelance platformen

Nu de verschillen en de overeenkomsten tussen uitzendbureaus en online klusplatformen duidelijk zijn, is het tijd om de verschillen en overeenkomsten tussen online klusplatformen die gebruikmaken van het uitzend- versus freelancestatuut voor de werkende te verkennen. In de onderstaande tabel zijn de verschillen weergegeven.

Hoewel er overeenkomsten zijn, zijn er ook de nodige verschillen. Het belangrijkste verschil zit in de status van de werkende. Uitzendplatformen hebben de werkenden in dienst en zijn daarom onderworpen aan collectieve arbeidsvoorwaarden van het platformbedrijf en/of die van een klant. Dit heeft effect op de volgende aspecten:

  1. Vergoeding
  2. Verantwoordelijkheid
  3. Verzekering en sociale zekerheden
  4. Vervanging

Vergoeding

Uitzendplatformen werken volgens de geldende CAO. Dit resulteert in een vast uurloon, waar klanten in tijden van schaarste aan arbeidskrachten een toeslag op kunnen rekenen, maar ook vaste toeslagen. Freelance platformen werken met zelfstandige ondernemers die vrij zijn om een eigen uurtarief te bepalen. Afhankelijk van hoe het matchmakingproces technisch is georganiseerd, doet de freelancer of de klant een voorstel voor het uurtarief. Sommige freelance platformen stellen de klant en freelancer in staat binnen het platform te onderhandelen over het tarief. Het is niet vreemd om te verwachten dat in de toekomst dit soort onderhandelingen worden geautomatiseerd, net als bij de ‘surge pricing’ van Uber, waar vraag en aanbod wordt gestuurd door middel van een dynamisch pricing algoritme. Om een ‘race to the bottom’ te voorkomen, hebben sommige freelance platformen een minimumtarief ingesteld. Hoewel freelancers in staat zijn een eigen prijs te bepalen, is het de vraag in hoeverre dit een reëel scenario is, zeker in een laagconjunctuur en/of overaanbod aan werkenden op het platform. In dergelijke gevallen bestaat het risico dat het eerder genoemde minimumtarief gelijk komt te staan aan het maximumtarief.

Verantwoordelijkheid

Uitzendplatformen zijn verplicht – volgens de (Nederlandse) wet – om de arbeidsveiligheid van werknemers te waarborgen door middel van de zorgplicht. Dit betekent onder meer dat uitzendplatformen formeel verplicht zijn om te beoordelen of de arbeidsomstandigheden bij de opdrachtgever veilig zijn. In de praktijk is het veelal zo dat de inlenende partij Arbo-technisch veilige werkomstandigheden moet kunnen garanderen. Een dergelijke verplichting bestaat niet voor freelance platformen.

Hoewel dit een belangrijk verschil is op papier, is het de vraag in hoeverre uitzendplatformen die werkenden en klanten faciliteren met een online marktplaats in staat zijn om aan deze zorgplicht te voldoen. Het uitzendplatform heeft immers beperkt contact met haar klanten, omdat de transactie voornamelijk door de werkende en opdrachtgever georganiseerd wordt. De rol van het platform in de transactie is daardoor beperkt, wat haaks zou kunnen staan op het concept zorgplicht. Daar komt bij dat de transacties die via uitzendplatformen worden georganiseerd vooral dagklussen betreffen, waardoor het voor de uitzender economisch niet haalbaar is om voor iedere klus de risico’s te bepalen.

Daartegenover staat dat de klant van een (uitzend)platform wellicht meer verantwoordelijkheid voor de transactie zal voelen: de klant is immers verantwoordelijk voor het organiseren van de transactie en dit proces is lastig uit te besteden aan een derde partij. In dit geval maakt het niet uit of de transactie via een freelance- of een uitzendplatform verloopt. Wij adviseren dit verder te onderzoeken.

Verzekering en sociale zekerheden

Een van de grootste verschillen tussen freelance- en uitzendplatformen betreffen verzekeringen en sociale zekerheden voor werkenden. Werkenden bij een uitzendplatform zijn in dienst van het platform en hebben daarbij recht, op basis van hun cao, op bepaalde verzekeringen en vergoedingen voor arbeidsongeschiktheid, ziekteverlof, vakantiegeld, WW en ouderschapsverlof. Voor freelance platformen geldt deze verplichting niet: de werkenden dienen dit zelf te organiseren. In sommige gevallen is het voor freelancers laagdrempelig om een verzekering via het platform af te sluiten, zowel voor langere periode of per gewerkte klus. Hoewel freelance platformen de zelfstandige ondernemers niet kunnen dwingen zich te verzekeren, kunnen zij dit wel stimuleren. Een ‘badge’ van een WA- of arbeidsongeschiktheidsverzekering in een profiel maakt een freelancer bijvoorbeeld aantrekkelijker om in te huren.

Dit wil echter niet zeggen dat werkenden via uitzendplatformen vanzelfsprekend beter af zijn dan werkenden via freelancerplatformen. Het dienstverband van uitzendkrachten wordt bij ziekte direct beëindigd en werkenden via een uitzendconstructie bouwen in de eerste 78 weken (de A fase), afhankelijk van of er wel of niet met een uitzendbeding wordt gewerkt, geen garantie op werk op. Je zou kunnen zeggen dat het begrip ‘zekerheid’ voor uitzendkrachten die dagklussen uitvoeren minder rooskleurig is dan je zou mogen verwachten. Dat geldt ook voor andere discussiepunten zoals pensioen en het betalen van belasting en sociale premies. Zo bouw je in lijn met de uitzend-cao pas pensioen op na 26 weken werken via eenzelfde werkgever en zullen degenen die sporadisch via klusplatformen werken ook in dienstverband weinig belasting betalen.

Vervanging

Een ander verschil is terug te vinden in de vraag wie verantwoordelijk is voor vervanging wanneer een werkende is verhinderd of niet op komt dagen. Bij uitzendplatformen is het platform verantwoordelijk voor vervanging, terwijl bij freelance platformen de freelancer hiervoor verantwoordelijk is. Freelance platformen hebben net als uitzendplatformen baat bij tevreden klanten en sturen op twee manieren op een zo laag mogelijke uitval. De eerste strategie betreft een boete: bij een no-show krijg je als freelancer bij menig freelance platform een boete, wat freelancers moet stimuleren om de gemaakte afspraak na te komen. Daarnaast wordt op een profiel van een werkende het opkomstpercentage getoond. Deze start op 100 procent en zal na een no-show dalen, wat impact heeft op de kans dat een werkende wordt uitgekozen door een klant. Aangezien een freelancer zich vrij mag vervangen, faciliteren freelance platformen ook dit proces. Dit doen zij middels het aanbieden van WhatsApp-groepen waar klussen kunnen worden teruggegeven aan de groep of het inbouwen van ruilmechanismen in het platform, waarbij ook de rating van de kwaliteit van vervanging op het profiel van de oorspronkelijke uitvoerder komt te staan. Volgens een van de platformvertegenwoordigers die we hebben geïnterviewd, heeft ongeveer 75% van de freelancers die meer dan 50 ‘gigs’ via het platform uitvoerden, minstens één keer een klus intern doorgezet.

Belangrijke kanttekening is dat wij in bovenstaande alinea alleen spreken over de zichtbare manieren waarop platformen sturen op een lage no-show. Het is voor ons niet duidelijk op welke manier uitzendbureaus hierop sturen en in hoeverre een no-show impact heeft op de kans om een volgende keer te worden ingehuurd. Dit gebrek aan transparantie is bij alle type intermediairs die wij in dit stuk bespreken van toepassing en zou bij platformen kunnen worden ondervangen door het instellen van een ‘algoritme-accountant’. Daarnaast verwachten wij dat de komende jaren, net als in de consumentenmarkt, regelgeving zal worden ingevoerd die platformen verplicht inzicht te geven in de (automatische) besluitvormingsprocessen.

Platform voor uitzendbureau of uitzendbureau als platform?

In dit artikel hebben wij een vergelijking gemaakt tussen uitzend- en freelance platformen, waarbij wij ervan uitgaan dat beiden een ‘platform first’-benadering hanteren. Dit wil zeggen: de gehele transactie verloopt via het platform (de marktplaats) en de rol van het platform is puur faciliterend. Dit is wat wij noemen ‘platform first’, of beter: uitzendbureau als platform.

In de praktijk zien wij dat veel uitzendplatformen, zeker zij die zijn gestart vanuit een bestaande uitzendorganisatie, een strategie hebben die wij omschrijven als ‘platform voor uitzendbureau’. Hierbij is het platform een instrument dat het bestaande matchingproces van de uitzender ondersteunt. Bij een van de onderzochte platformen hadden bijvoorbeeld wel de werkenden, maar niet de klanten toegang tot het platform. Intercedenten gebruiken het platform om processen te vereenvoudigen en te versnellen, maar in de kern verandert er weinig tot niets aan het bedrijfsmodel en -proces van de uitzendorganisatie. Een veilige keuze die relatief snel kan worden geïmplementeerd, maar ook een keuze waarbij nooit de voordelen van de technologische innovatie volledig kunnen worden benut en de klant nooit zelf volledig in controle kan zijn. Dit werpt ook de vraag op in welke mate transactiekosten in het geval van een ‘platform voor uitzendbureau’ echt worden verlaagd.

Welk model uiteindelijk het beste de werkende én de klant bedient, zal zich moeten uitwijzen.

Snelheid en flexibiliteit

Een van de onderwerpen die je in de tabel van verschillen en overeenkomsten tussen uitzend- en freelance platformen had kunnen verwachten, is snelheid en flexibiliteit. Uit onze verkenning hebben wij duidelijke verschillen tussen uitzendbureaus en klusplatformen gevonden en geduid, maar is het verschil in flexibiliteit tussen de beide statuten over het algemeen minimaal. Op het moment dat een werkende bij een uitzendplatform in de A-fase zit, zijn er weinig beperkingen om een werkende flexibel via een platform in te zetten. Op het moment dat een werkende in fase B of C komt, zijn er zowel vanuit de kant van de werkende als vanuit de kant van het uitzendplatform beperkingen in deze flexibiliteit. Het is dan ook de vraag of dit soort platformen voor dagklussen interessant zijn voor werkenden in deze fases.

Wanneer je dieper in het uitzendmodel duikt, zie je dat er nog wel de nodige uitdagingen zijn om dagklussen via platformen te laten lopen middels een uitzendconstructie. In de cao voor uitzendkrachten is geregeld dat een uitzendkracht niet via meerdere arbeidsovereenkomsten na elkaar bij dezelfde klant werkzaamheden kan verrichten. Als een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd – bijvoorbeeld een dag of week – wordt afgesloten en de werkende wil binnen een maand weer via het platform bij dezelfde klant werken, dan moet de looptijd van de nieuwe uitzendovereenkomst minimaal vier weken zijn. Dit betekent dat platformen die (dag)klussen matchen middels het uitzendmodel slechts achter elkaar dagcontracten kunnen afsluiten als de werknemer werkzaamheden verricht voor verschillende opdrachtgevers. Platformen kunnen hier omheen werken door een uitzendovereenkomst met uitzendbeding af te sluiten. Tot en met 2019 was het voor een werkgever niet aantrekkelijk om te werken met een uitzendovereenkomst met uitzendbeding omdat er hogere premies betaald moesten worden. Met de inwerkingtreding van de ‘Wet arbeidsmarkt in balans’ (Wab) in 2020 is deze verplichting komen te vervallen.

Het alternatief voor uitzenders en platformen is dan ook om een uitzendovereenkomst met uitzendbeding af te sluiten met werknemers. Dan geldt de hierboven beschreven beperking niet. Een uitzendovereenkomst met uitzendbeding kent wel een andere beperking: deze eindigt alleen als de opdrachtgever aangeeft dat er geen werk meer is of de uitzendkracht zelf wil stoppen. De werkgever/uitzender kan het contract dus niet op eigen initiatief op een bepaalde datum laten eindigen. Hoewel het uiteindelijk aan de partijen is om hier een afweging in te maken en de meest geschikte contractvorm te kiezen, achten wij en een aantal geïnterviewde experts het zeer waarschijnlijk dat platformen die (dag)klussen matchen, zullen kiezen voor het werken met een uitzendovereenkomst met uitzendbeding.

Hoewel er in hoofdlijnen geen grote verschillen zitten in de snelheid en flexibiliteit die freelance- en uitzendplatformen bieden, zijn er dus wel de nodige nuances aan te merken. In de voorgaande alinea wordt duidelijk dat de huidige uitzendregels niet eenvoudig zijn toe te passen op platformen voor korte (dag)klussen. Dit komt waarschijnlijk doordat uitzendbureaus voornamelijk langere klussen (enkele weken tot maanden) bemiddelen. Daarnaast ligt de focus ook veelal op grote aantallen werkenden. De markt voor hyperflexible dagklussen voor individuele matches was er één die voorheen nauwelijks bestond. Dat is ook niet vreemd: de transactiekosten (loonkosten, administratieve lasten, snelheid) voor een menselijke intercedent wegen immers niet op tegen de marge die op een dagklus wordt gemaakt. Deze klussen werden dan voornamelijk uitgevoerd in de hoop dat de klant ook wel economisch interessante klussen bij het bureau zou neerleggen. Je zou kunnen zeggen dat de huidige uitzendregels en cao geen rekening hebben gehouden met een grootschalige bemiddeling van individuele dagklussen, simpelweg omdat dat voor traditionele uitzendbureaus – zonder gebruik van een platform – financieel niet uit kon en alleen kon worden opgepakt wanneer het verlies op die klussen werd gecompenseerd door andere grotere opdrachten.

Ook zal de juridische complexiteit van het uitzendstatuut impact hebben op de flexibiliteit en complexiteit van het platform: bij het freelance statuut zijn immers veel minder variabelen die vanuit de cao zijn vastgelegd waar rekening mee moet worden gehouden. Daarnaast is het niet ondenkbaar dat het faciliteren van het zelf zoeken van vervanging (in combinatie met de dreiging van een boete) voor een lagere no-show zal zorgen, wat positief is voor de tevredenheid van de klant. In hoeverre dit wenselijk is voor de werkende en wat de daadwerkelijke impact is, dat zal uit verder onderzoek moeten blijken. Het is ook de vraag of de beperkingen van de complexiteit naar aanleiding van een cao al dan niet een probleem vormen dat kan worden opgevangen door technologische innovaties van het platform.

Conclusie

Online klusplatformen en uitzendbureaus verschillen sterk van elkaar in de mate waarin zij de klant de controle (en verantwoordelijkheid) geven in het proces van het vinden van geschikte werkenden voor een (dag)klus. Hiermee lijken zij vooral van toegevoegde waarde te zijn in kortlopende klussen waar snelheid en flexibiliteit vooropstaan, de klant zelf de controle wil hebben en de uitvoering van de klus weinig specifieke vaardigheden vraagt van de werkende. Hierin voorzien platformen door het verlagen van de informatie-asymmetrie en het direct koppelen van klant met werkende zonder tussenkomst van een intercedent, wat zich ook zou moeten vertalen in de (kost)prijs. Hiermee hebben klusplatformen de potentie om een nieuwe markt te creëren van klussen waarvan het voorheen economisch niet rendabel was om via een traditionele weg te bemiddelen.

Hoewel er veel discussie is over de vraag of de werkende in dienst moet zijn van het platform of als freelancer via het platform werkt, hebben wij weinig verschillen gezien qua impact van de status van de werkende op de flexibiliteit en wendbaarheid van het platform en de klus. In dit artikel hebben we getracht de verschillende variabelen en scenario’s te beschrijven. Wat hier vervolgens mee gedaan wordt en de vraag welke scenario’s al dan niet gewenst zijn, dat is en blijft een (politieke) keuze.

In ons onderzoek hebben we vooral gekeken naar verschillen op organisatieniveau. Dit laat veel vragen onbeantwoord, vooral vragen die betrekking hebben op de interesses, attitudes en gedragingen van individuele werkenden. Zo gaven vertegenwoordigers van freelance platformen aan dat hun werkenden gezien hun zelfstandigenstatuut meer ondernemend zijn. Uit ons onderzoek blijkt niet of dit daadwerkelijk het geval is. Daarom kan toekomstig onderzoek vragen beantwoorden zoals:

  • Creëren platformen nieuw werk, of wordt bestaand werk in kleine (dag)klussen opgeknipt?
  • Zijn freelancers proactiever dan werkenden in loondienst?
  • In hoeverre besteden zelfstandige ondernemers op freelance platformen werk uit aan anderen?
  • In hoeverre verschillen freelancers en medewerkers van elkaar wat betreft (ervaren) werkzekerheid, pensioensparen en verzekeringen?
  • In hoeverre dragen freelancers of freelance platformen zorg voor veilige werkomstandigheden bij klanten, of creërem medewerkers dit zelf?
  • Hoe verschilt de arbeidstevredenheid van werkenden via freelance- en uitzendplatformen?

Ook brengt het onderzoek nieuwe vraagstukken omtrent de rol en verantwoordelijkheden van platformen naar boven. Zo is het de vraag in hoeverre uitzendplatformen zich aan hun zorgplicht kunnen houden. Wordt deze zorgplicht ‘uitbesteed’ aan de gebruikers van het platform? Een andere vraag is in hoeverre de matching algoritmes die (freelance) platformen ontwikkelen, kunnen worden gezien als (indirect) alloceren, iets dat voor nu alleen is toegestaan binnen het uitzendstatuut. Wij verwachten dat dit vraagstuk urgenter zal worden op het moment dat (freelance) platformen in meerdere sectoren en voor meerdere functies zullen worden ingezet, waarmee de complexiteit van de matching zal toenemen.

Ons onderzoek heeft ook enkele beperkingen. Zo hebben we een beperkt aantal platformen onderzocht en de interviews met vertegenwoordigers zijn een momentopname. De technologische ontwikkeling gaat snel en wat vandaag de norm is, kan over een aantal maanden of jaren zomaar veranderen. Een tweede beperking is dat onze focus ligt op platformen (marktplaatsen) voor dagklussen in de to-business markt. Wij zijn ons ervan bewust dat de platformisering en digitalisering van de markt van arbeidsbemiddeling en HR (veel) verder gaat dan alleen deze categorie. Zo werken organisaties (voor langere opdrachten) inmiddels ook met FMS (Freelance Management Systemen), VMS (Vendor Management Systeem), DAS (Dynamisch Aankoop Systeem) en eigen inhuurdesks. Daarnaast bieden uitzendbureaus meer dan alleen matching, het is de vraag in hoeverre platformen zich zullen ontwikkelen in het aanbieden van aanvullende dienstverlening richting klant en werkende. Dit grote plaatje valt buiten de scope van deze verkenning, maar is zeker iets dat in verder onderzoek aandacht verdient. Een laatste beperking is dat we met dit onderzoek hebben gekeken naar feitelijkheden en processen, maar niet naar degene waar het om draait: de werkende. En dat is juist degene die platformen, in het ideale geval, centraal zou moeten stellen.

Ondanks de behoefte aan meer onderzoek, hebben we een overzicht gegeven van de overeenkomsten en verschillen tussen uitzendbureaus en online arbeidsplatformen. We hopen dat we door het beschrijven van deze variabelen een bijdrage hebben geleverd aan (de kwaliteit van) het debat rondom platformen in de to-business bemiddelingsmarkt.

Disclaimer: om de onafhankelijkheid van dit onderzoek te garanderen, is dit onderzoek uitgevoerd zonder hiervoor gebruik te maken van externe financiering door uitzendbureaus, online klusplatformen en/of andere belanghebbenden. Wij danken alle geïnterviewden en meelezers voor hun bijdrage!

Primeur: resultaten onderzoek ‘uitzendbureaus versus online klusplatformen’ | Uitnodiging: gratis workshop skills in de kluseconomie

Goedemorgen! In deze nieuwsbrief een primeur: de publicatie van een longread over een onderzoek waar ik mij de afgelopen maanden mee bezig heb gehouden waar we naar de verschillen tussen uitzendbureaus en online klusplatformen in de to-business markt hebben gekeken. Je leest er hieronder alles over.

Daarnaast vind je in deze nieuwsbrief een uitnodiging voor een gratis online workshop over skills in de kluseconomie. De hoofdvraag: hoe kunnen skills aan het digitale CV voor platformwerkers worden toegevoegd? Een aantal interessante initiatieven zullen hun ervaringen delen. Wees welkom!

Fijne week!

p.s. heb je deze nieuwsbrief doorgestuurd gekregen? Aanmelden kan hier! Op zoek naar een spreker over platformen voor jouw (online) event of sessie? Reply dan op deze mail.

Uitzendbureaus versus klusplatformen: nieuwe wijn in oude zakken of oude wijn in nieuwe zakken? – ZiPconomy

Uitzendbureaus versus klusplatformen: nieuwe wijn in oude zakken of oude wijn in nieuwe zakken? – ZiPconomy

Er zijn steeds meer online klusplatformen die in de to-business markt bemiddelen tussen de vraag en aanbod van arbeid. En hiermee de concurrentie aangaan met uitzendbureaus. Op sommige platformen werken met het freelance-, anderen met het uitzendmodel. Maar hoe verschillen platformen van uitzendbureaus? En wat zijn vervolgens de verschillen tussen de freelance- en uitzendplatformen? Heeft de status van de aanbieder bijvoorbeeld invloed op de flexibiliteit van de werkende?

Dit zijn de vragen die centraal stonden in een onderzoek dat ik samen met universitair docent Jeroen Meijerink van de Universiteit Twente (vakgroep Human Resource Management) de afgelopen maanden heb uitgevoerd. Niet met als doel om een oordeel te vellen, maar om de variabelen boven tafel te krijgen om daarmee een bijdrage aan het debat te leveren. Voor dit onderzoek interviewden we verschillende platform vertegenwoordigers en kregen we support van verschillende experts die ons hielpen om onder andere de complexe materie rondom het uitzenden te begrijpen en te duiden.

Over een week of twee verschijnt een academisch paper over dit onderzoek, maar nu al lanceren we  vandaag een (longread) blog op ZiPconomy waarin we de observaties met een breed publiek delen. De blog is vanmorgen vroeg online gegaan, vlak voordat deze nieuwsbrief werd verstuurd. Je hebt dus een soort van primeur 😉 In deze nieuwsbrief editie deel ik wat highlights.

Uitzendbureau vs platform

In de blog kijken we eerst naar de verschillen tussen uitzendbureaus en online klusplatformen. Wat maakt het verschil en wat voor soort klussen kunnen via een platform beter, sneller en goedkoper (in kostprijs matching) worden gemaakt? Hier wordt onder ander duidelijk dat platformen informatieasymmetrie oplossen en de gebruiker (zowel vraag als aanbod) centraal zetten en vooral faciliteren, wat de snelheid van matching (een platform kent bijvoorbeeld geen openingstijden) ten goed komt. De categorie werk die via platformen goed kan worden ingevuld hebben wij omgedoopt tot ‘hyperflex’.

Freelance- vs uitzendplatform

Vervolgens kijken we naar de verschillen tussen online klusplatformen in de to-business markt met een uitzend- en een freelanceconstructie. We kijken naar Vergoeding, Verantwoordelijkheid, Verzekering & sociale zekerheid en Vervanging. Hier komen een aantal interessante verschillen en gelijkenissen naar voren tussen de twee typen platformen. En komen we tot de conclusie dat snelheid en flexibiliteit met beiden statuten goed te organiseren is, maar dat het uitzendmodel eigenlijk helemaal niet is ontwikkeld met dit soort hyperflexibiliteit voor korte klussen in gedachten. Op zich niet verrassend: dit soort ‘dagklussen’ waren voorheen economisch niet rendabel om te faciliteren als uitzendbureau: een menselijke intermediair voor een klus van 6,5 uur zal in alle scenario’s het uitzendbureau geld kosten. Doordat platformen de transactiekosten verlagen en verleggen is dat nu wel mogelijk.

Tot slot

In de blog doen we ook voorstellen voor relevante vragen voor vervolgonderzoek. Ook zijn er twee belangrijke vragen en gedachten waarvan ik verwacht dat deze de komende tijd nog tot de nodige discussie zal (moeten) leiden.

Ten eerste de zorgplicht. Op het moment dat een uitzendplatform volledig ‘platform first’ gaat opereren en geen actieve sturing heeft in het proces, dan is de vraag in hoeverre zij in staat zullen zijn om als werkgever aan de wettelijke zorgplicht te voldoen. Tweede vraag gaat over allocatie. Online klusplatformen faciliteren vraag en aanbod en bemoeien zich niet actief met de transactie. Zo is de klant zelf verantwoordelijk voor het plaatsen van een opdrachtomschrijving en het uitkiezen van de gewenste kandidaat. Naast dat dit gangbaar is voor een ‘echt’ platform, hebben freelanceplatformen er ook baat bij dat dit proces zo verloopt: iedere schijn dat zij aan allocatie doen wordt vermeden. Alleen is dan wel de vraag: wat is allocatie op het moment dat platformen in meerdere sectoren actief zullen worden en de algoritmen om de perfecte match te faciliteren ook een belangrijkere rol zullen gaan spelen. Is er bij een algoritmische match sprake van allocatie? Dat is een vraagstuk dat verder uitgewerkt zal moeten worden.

In de laatste alinea delen we de observatie en beperking dat wij vooral hebben gekeken naar processen, maar niet naar de mensen waar het over gaat. En dat is juist hetgeen platformen centraal zouden stellen: de mens en niet het proces.

Ondanks de behoefte aan meer onderzoek, hebben we in de blog een overzicht gegeven van de overeenkomsten en verschillen tussen uitzendbureaus en online arbeidsplatformen. We hopen dat we door het beschrijven van deze variabelen een bijdrage hebben geleverd aan (de kwaliteit van) het debat rondom platformen in de to-business bemiddelingsmarkt.

Disclaimer: om de onafhankelijkheid van dit onderzoek te garanderen, is dit onderzoek uitgevoerd zonder hiervoor gebruik te maken van externe financiering door uitzendbureaus, online klusplatformen en/of andere belanghebbenden. Wij danken alle geïnterviewden en meelezers voor hun bijdrage!

De verschillen tussen uitzendbureau, uitzendplatform en freelanceplatform in één overzicht
Platformwerk biedt flexibiliteit en ruimte, maar ook onrust en onzekerheid | Nieuwsbericht | Sociaal en Cultureel Planbureau

Platformwerk biedt flexibiliteit en ruimte, maar ook onrust en onzekerheid | Nieuwsbericht | Sociaal en Cultureel Planbureau

Vorig jaar oktober publiceerden de SER, TNO en SEO drie rapporten over platformwerk in één week. Ik schreef daar toen dit over. Ook het SCP heeft gekeken naar het onderwerp platformwerk en een enorme literatuurstudie gecombineerd met diverse interviews. Ik mocht hier ook een bijdrage aan leveren en kom ruim 20 keer in het rapport aan het woord. Ook deze nieuwsbrief wordt als bron aangehaald.

Het rapport geeft een goed en gewogen inzicht in de variabelen rondom platformwerk: de kansen en bedreigingen/kanttekeningen.

“Er gebeurt veel op de arbeidsmarkt. Ontwikkelingen als technologisering, flexibilisering en de vergrijzing bepalen niet alleen hoeveel werk er is, maar beïnvloeden ook de kwaliteit van werk. In het project ‘De veranderende wereld van werk’ onderzoekt het Sociaal en Cultureel Planbureau hoe de arbeidsmarkt verandert en wat voor gevolgen dit kan hebben voor de kwaliteit van ons werk. Het SCP start deze serie met een studie naar de kwaliteit van werk binnen de ‘platformeconomie’.”

Goed dat hier naar gekeken is en in de blog van SCP lees je een samenvatting van de bevindingen. En nu hopend dat het volgende kabinet de veranderingen in de arbeidsmarkt wel serieus weet om te zetten naar concrete acties. Ik blijf optimistisch 😉

FTC settles with photo storage app that pivoted to facial recognition – The Verge

FTC settles with photo storage app that pivoted to facial recognition – The Verge

Techbedrijven gaan vaak de fout in wanneer het gaat om privacy en data. Ze zijn dan vaak vooral goed in ‘sorry’ zeggen en beloven het vanaf nu beter te doen. Vaak is het (voor mij) onduidelijk wat de consequenties zijn wanneer zij op de vingers worden getikt: het kwaad is immers al geschied, de data is al geroofd en de algoritmes en AI gevoed. Dat dit niet zo hoeft te zijn, wordt duidelijk uit de onderstaande zaak tussen de FTC (Federal Trade Commission) en foto opslag app ‘Ever’.

“The Federal Trade Commission has reached a settlement with photo storage app Ever that it says used customers’ photos to develop facial recognition technology without telling them, the agency announced Monday.

Under the terms of the agreement, Everalbum Inc. is required to delete photos and videos of its users who deactivated their accounts, as well as any facial recognition algorithms developed with users’ photos or videos. The company also must delete all “face embeddings,” which it describes as “data reflecting facial features that can be used for facial recognition purposes” that were derived from users’ photos who didn’t give consent for their use.

Everalbum, which shut down Ever in August and rebranded itself as Paravision AI, is also prohibited from misrepresenting how it collects and uses personal information and how it protects users’ privacy. If it markets software to consumers for personal use, the company has to obtain express consent before using any biometric information it collects from users to create face embeddings or to develop facial recognition technology.”

Mijn volgende vraag is dan natuurlijk weer: hoe gaan ze dit controleren?

Maaltijdbezorging is de levenslijn van de lockdown, maar restaurants vrezen de branche | De Volkskrant

Maaltijdbezorging is de levenslijn van de lockdown, maar restaurants vrezen de branche | De Volkskrant

In dit artikel worden de voors en tegens van bezorg- en verkoopplatformen als Thuisbezorgd aangehaald. Op zich geen spannend nieuws, gewoon leuk om te lezen. Uiteraard wordt er ook gesproken over de commissie. Vooral de volgende uitspraak vond ik vermakelijk: “Toen Thuisbezorgd.nl in 2000 begon, was de commissie de helft van nu.” Waarom vermakelijk? Omdat het absoluut helemaal niks zegt. De vraag die je je altijd moet stellen is: voor hoeveel extra omzet zorgt het platform door de marketinginspanningen en de drempels die het verlaagt middels de technologie die zij hun klanten bieden. Ik kan mij voorstellen dat dit een stuk meer is dan ruim twintig (!!) jaar geleden. En dat met het groeien van de toegevoegde waarde ook de kosten zijn gestegen.

Is de commissie van dit soort platformen te laag, precies goed of te hoog? Dat weet je alleen wanneer je weet hoeveel extra handel er dankzij het platform binnenkomt en wat het zou kosten wanneer je het zelf zou organiseren. Leg dat naast elkaar en je hebt een stuk realistischer beeld van de commissie dan de natte vinger die doorgaans in het debat wordt gebruikt.

Vrijwaar ik daarmee platformen om maar te vragen wat zij willen? Uiteraard niet. En uiteindelijk hebben zij ook een belang om de klant tevreden te houden. En moet er goed worden gekeken dat zij geen oneerlijke ‘lock in’ creëren.

(gratis) Workshop!

Online workshop 26 januari: skills in de kluseconomie – Kluspaspoort.nl

Online workshop 26 januari: skills in de kluseconomie – Kluspaspoort.nl

Workshop uitnodiging: op 26 januari organiseer ik een online event over skills in de kluseconomie. Met verschillende interessante sprekers en een platform pan
el. De hoofdvraag: hoe kunnen skills aan het digitale CV voor platformwerkers worden toegevoegd? Wees welkom!

In 2020 is een verkenning gestart naar hoe portabiliteit van (reputatie)data voor platformwerkers kan bijdragen aan een betere positie van de platformwerker op de arbeidsmarkt. Het idee is eenvoudig: op het moment dat een aanbieder op klusplatformen zijn of haar reputatiedata kan exporteren naar een digitaal CV en/of mee kan nemen naar een ander platform, dan wordt de positie van deze werkende versterkt. Met een zestal klusplatformen wordt dit concept inmiddels verder doorontwikkeld. Het doel is dat platformwerkers hun ervaring kunnen verzilveren door een export naar een geverifieerd digitaal CV.

De reputatiedata van platformwerkers is vrij beperkt: je weet hoeveel klussen zijn uitgevoerd en hoe de klant deze heeft gewaardeerd. Om deze data te verrijken zou het waardevol zijn om de skills die zijn gebruikt bij het uitvoeren van deze klus automatisch in kaart te brengen en mee te nemen in het digitale CV. Dit is de vraag die in deze online workshop op 26 januari 2021 centraal staat.

Ook gelezen

  • NYC Food Delivery Workers Band to Demand Better Treatment. Will New York Listen to Los Deliveristas Unidos? – These Indigenous Guatemalan and Mexican workers keep New Yorkers fed during the pandemic. They want fair wages, bathroom access and a place to shelter from the cold. They could be the face of the city’s next labor battle.
  • Het deurbeleid van LinkedIn (en andere sociale-mediaplatforms) – Overheden vinden dat de sociale-mediaplatforms sneller en harder moeten optreden tegen desinformatie. Maar nu de sociale media de teugels aantrekken, en (sommige) gebruikers eraf gooien, steekt een ander debat de kop op. Kunnen platforms zelf bepalen waar de grens ligt, wie ze dulden en wie ze weren? Hoe voorkom je willekeur en politieke censuur?

Contact

Inspiratie opgedaan en advies of onderzoek nodig bij vraagstukken rondom de platformeconomie? Of op zoek naar een spreker over de platformeconomie voor een online of offline event?

Neem gerust contact op via een reply op deze nieuwsbrief, via mail ([email protected]) of telefoon (06-50244596).

Bezoek ook mijn YouTube kanaal met ruim 300 interviews over de platformeconomie en mijn persoonlijke website waar ik regelmatig blogs deel over de platformeconomie. En lees mijn boek ‘Platformrevolutie – Van Amazon tot Zalando, de impact van platformen op hoe wij werken en leven’.

Er is ook een Engelstalige nieuwsbrief, welke iedere twee weken wordt verstuurd.

Social media platformen moeten hun verantwoordelijkheid nemen: de tijd van sorry zeggen is voorbij | zo helpt een platform interne mobiliteit op gang | zonder transparantie in algoritmes moddert het debat eeuwig voort

Goedemorgen! En de beste wensen, het mag nog. Van mij in ieder geval wel 😉 Ik hoop dat je een mooie kerst en nieuwjaar hebt gehad. Ik ben de afgelopen weken, naast veel tijd te hebben besteed aan mijn gezin, druk geweest met vraagstukken rondom overheden en platformen, het (mede) voorbereiden van een workshop over discriminatie en platformen (later meer), een workshop vormgeven over skills in de kluseconomie (ook daarover later meer) en het schrijven van een longread over platformen versus uitzendbureaus (sorry, ook daarover later meer). Daarnaast ben ik bezig met het maken van plannen en wensen voor dit nieuwe jaar op zakelijk gebied. Ik wil in 2021 onderzoeken hoe ik meer kan doen voor de bijna 1.000 abonnees van deze nieuwsbrief (wensen & ideeën zijn welkom), heb de wens om een nieuw onderzoek en boek te initiëren over hoe we de platformeconomie meer voor de samenleving kunnen laten werken (maar moet daar nog een verdienmodel omheen bedenken) en overweeg ik mij max. 2 dagen in de week als freelance expert & onderzoeker beschikbaar te stellen om mooie samenwerkingen op te starten en nieuwe platform vraagstukken te verkennen (ook hier zijn tips welkom). Genoeg te doen dus 😉 Voor deze week weer de nodige stukken voor je verzameld en voorzien van mijn duiding en (ongezouten) commentaar. Fijne week!

Google verwijdert app sociaal medium Parler, Apple dreigt hetzelfde te doen | NU.nl

Google verwijdert app sociaal medium Parler, Apple dreigt hetzelfde te doen | NU.nl

Weet je nog? Vroeger? Zeg een jaar of…. anderhalf geleden? Iets voor de eerste lockdown. Toen velen echt nog geloofden dat platformen inderdaad prikborden waren en niet verantwoordelijk voor de diensten, producten en content dat via het platform tussen vraag en aanbod werd gedeeld?

Het heeft even geduurd en het zat er al even aan te komen, maar intussen is iedereen er nu (eindelijk) van overtuigd dat dat complete onzin is. Fijn. De afgelopen weken zijn er genoeg voorbeelden voorbij gekomen, met als hoogtepunt de reacties van diverse social media kanalen op de chaos rondom de bestorming van het Capitool in Washington. Twitter, Instagram en Facebook schorsten de accounts vanTrump. Intussen schorste Reddit een Trump forum waar zou zijn aangezet tot geweld en  schorste Discord een Trump-chatgroep.

Niet alleen de platformen zelf, maar ook de meta platformen, de appstores, laten van zich horen. Google gooide de sociale medium app Parler uit de store. Apple heeft intussen hetzelfde gedaan.  Hulde voor de social media platformen als poortwachters voor onze democratie? Of toch niet? Nou…. it depends.

Aan de ene kant is het goed dat deze platformen verantwoordelijkheid lijken te nemen, al zou je natuurlijk kunnen (en moeten) zeggen ’too little, too late’. Social media platformen zijn erg goed in het maken van excuses, maar laten we niet vergeten dat het jaren heeft geduurd voordat er actie is genomen. En ja: er is in die jaren veel gebeurt, maar het ziet er ook naar uit dat deze platformen moeite hebben om de door hun zelf bedachte regels op het eigen platform uit te voeren. Waar ligt dat aan? Geen prioriteit? Onkunde? Onmacht? Of simpelweg geen incentive: beperkingen op het platform zorgen immers ook voor beperkingen in het businessmodel en geen blije aandeelhouders. Daar zit natuurlijk een kern van het probleem.

Wat wel duidelijk is, is dat deze platformen niet alleen poortwachter zijn (het sluiten van een account of het uit de winkel halen van een app heeft grote gevolgen), maar ook dat zij als private regulator bepalen wie wat ziet. Waarbij het belang van het businessmodel, zoveel mogelijk data en aandacht, veelal haaks staat op het belang van de gebruiker. Wat mij betreft kan dat niet zo langer en zijn er veel meer checks & balances nodig. Het is natuurlijk ontzetten naïef om te denken dat commerciële bedrijven zelfstandig de functie van poortwachter en private regulator kunnen uitvoeren. Wie dat nu nog steeds gelooft is een ei. Regulering én accountability zijn hard nodig.

De belangrijkste vraag is dan nu ook: hoe zou die regulering eruit moeten zien. Wat zijn de regels? En hoe ga je die controleren? Het gegeven dat de social media platformen Trump nu blokkeren is natuurlijk erg laat, maar ze hebben ook een groot belang: Biden is de volgende president die gaat over de onderzoeken en regels mbt deze platformen. In hoeverre is dit dus verantwoordelijkheid nemen, of toch een (schaamteloze) lobby richting Biden om een wit voetje te halen…

In een discussie op Linkedin werd beweerd dat er genoeg regels zijn en dat de platformen zich zouden moeten houden aan de lokale regulering. Ik ben het daar (op zijn zachtst gezegd) niet mee eens met de bewering dat de regels in principe hetzelfde zijn als in de ‘oude’ offline wereld. Er is veel grijs gebied in regels die door de mechanismen van social media opeens worden versterkt, dat nu door technologie moet worden ‘gecodeerd’ naar een ja of een nee. Gezien de regels die nu in Brussel worden voorbereid op de platformeconomie (en dan heb ik het niet over mededinging) is het duidelijk dat de huidige regels niet voldoen. Veel beleid is niet ingericht op de rol die platformen als private regulator spelen. Hoe die regels er dan uit moeten komen te zien? Ik weet het niet, al wil ik hier de komende tijd wel meer over lezen en over nadenken. Om alvast een voorzetje te geven: het begint natuurlijk bij transparantie: inzicht in de processen van besluitvorming. Daarnaast moeten de verdienmodellen minder leidend worden in de keuzes die worden gemaakt. Ik vraag mij af of een bedrijf zelf in staat is dat te organiseren, daar zal op de een of andere manier externe druk/support voor moeten komen. Als laatst: accountability. Social media platformen zijn erg goed in het zeggen van sorry. Als ik dat thuis van mijn kinderen nadat het 5x fout ging al niet accepteer, dan accepteer ik dat zeker niet van een miljardenbedrijf waar tien- tot honderdduizenden slimme mensen werken.

Regulering is één ding, maar waar mogelijk een nog grotere uitdaging ligt is in de handhaving. Wanneer je bijvoorbeeld dwingt sociale media lokaal in Nederland de algoritmes aan te passen, dan is het de grote vraag hoe je dit gaat handhaven. Kijk naar wat er met AVG gebeurt, maar ook met andere nieuwe verordeningen als de Platform 2 Business verordening die in juli vorig jaar is ingevoerd. Mijn ervaring is dat beleidsmakers en uitvoerders over het algemeen ver uit elkaar staan. Handhaving zou je op de een of andere manier ook moeten automatiseren en koppelen aan de algoritmes van de platformen, anders is het echt geen doen. Dat vraagt ook een veel meer ‘digital first’ overheid (en inspectie). Beleidsmakers die met dit vraagstuk bezig zijn moeten dus niet alleen naar buiten, maar ook zeker naar binnen kijken. De juiste combinatie maakt het verschil tussen een succes en een fiasco.

Je zult het intussen wel doorhebben: ik heb het gevoel dat er nog een lange weg te gaan is. Een heel interessante weg, maar ook een heel belangrijke weg. Een weg die het verschil kan maken tussen een leuke wereld en een heel veel minder leuke wereld. Deze vraagstukken zijn nu relevanter dan ooit: de platformen en appstores hebben nu door dat zij een verantwoordelijkheid hebben en de regels die zij gaan instellen hebben een grote impact op…. veel. Ik hoop dat ook dat in 2021 dit onderwerp op vele plekken hoog op de agenda zal staan en het ambitieniveau bij veel stakeholders om hier stappen in te maken een tandje of 10 zal worden opgeschroefd.

Ruim 2500 aankopen via Warenhuis Groningen in december

Ruim 2500 aankopen via Warenhuis Groningen in december

Lokale overheden faciliteren met een fysieke infrastructuur, maar hoe zit het met de digitale infrastructuur? In deze pilot in de Gemeente Groningen participeert de gemeente in een project waar een digitale laag over de fysieke winkelstraat wordt gelegd. Winkels krijgen een online locatie in de digitale winkelstraat en kunnen zo, zeker ook tijdens de lockdown, hun spullen blijven leveren aan hun klanten: een interessant experiment.

Italian court rules against ‘discriminatory’ Deliveroo rider-ranking algorithm – TechCrunch

Italian court rules against ‘discriminatory’ Deliveroo rider-ranking algorithm – TechCrunch

In de laatste nieuwsbrief van 2020 schreef ik dat een van de meest interessante discussies rondom platformen gaat over de toegang tot data en transparantie in besluitvormingsprocessen. Deze uitspraak in Italië is daar ook weer een interessant voorbeeld van.

“A court in Italy has dealt a blow to unalloyed algorithmic management after a legal challenge brought by three unions. The Bologna court ruled that a reputational-ranking algorithm used by on-demand food delivery platform Deliveroo  discriminated against gigging delivery workers by breaching local labor laws.

The ruling, reported earlier in the Italian press, found Deliveroo’s ranking algorithm discriminated against delivery couriers because it did not distinguish between legally protected reasons for withholding labour — namely not working because a rider was sick; or exercising their protected right to strike — and more trivial reasons for not being as productive as they’d indicated they would be.”

Uiteraard hebben beide partijen een mening over de uitspraak: het hele document is hier terug te lezen. Bottom line laat deze uitspraak en het debat dat volgt zien dat de intransparantie van deze processen meer vragen dan antwoorden oplevert. En er een manier moet worden gevonden om hier meer transparantie in te krijgen.

Broodnodige extra zorghanden raken verstrikt in bureaucratisch web | Linkedin

Broodnodige extra zorghanden raken verstrikt in bureaucratisch web | Linkedin

Net als de de Volkskrant berichtte de NOS met het artikel ‘Duizenden mensen willen helpen in de zorg, maar worden geweigerd’ ook over een rapport van een onafhankelijke commissie die ‘Werken in de Zorg’ heeft onderzocht. Meer dan 23.000 mensen hadden zich aangemeld om te helpen, slechts 2.800 mensen werden ingezet.

Part-up oprichter Laurens Walling schreef daar het volgende over op Linkedin: “Volkskrant schrijft dat het advies van de commissie Werken in de Zorg om helder afgebakende werkpakketten te delen niet wordt opgevolgd. Allerlei logistieke, verzorgende of sociale taken kunnen uit het vaste zorgwerk worden gehaald, om verpleegkundigen te ontlasten en gerichter op hun expertise in te zetten. Via een platform (zoals Part-up) kun je dit werk razendsnel uitzetten, zodat mensen er op kunnen intekenen. Organisaties die hiermee werken, krijgen zo honderden matches per week, zonder dat het plannen tijd kost. Ik verwacht dat de komende tijd steeds meer organisaties overstappen op het herverdelen van taken, als de mogelijkheden bekender gaan worden en de urgentie stijgt.”

Wat hij voorstelt is om het proces om te draaien (vraaggestuurd) en om een platform te gebruiken om dit te organiseren. Een strategie die zij eerder in deze pandemie hebben ingezet om binnen ziekenhuizen taken te (her)verdelen.  Een mooi voorbeeld hoe een (intern) platform kan zorgen voor een betere en vanuit de mens gestuurde organisatie. En een voorbeeld dat laat zien dat dit niet zo makkelijk is te organiseren. Waarbij de bottleneck zeker niet ligt bij de techniek, maar bij gedrag en organisatie.

Wereldwijde pandemie: Schneider Electric vond interne mobiliteit opnieuw uit

Wereldwijde pandemie: Schneider Electric vond interne mobiliteit opnieuw uit

Gelinkt aan het bovenstaande stuk over hoe platformen kunnen bijdragen om extra handen in de zorg te organiseren deze super interessante case hoe een platform interne mobiliteit bij een groot internationaal bedrijf faciliteert.

Eind 2018 lanceerde Schneider Electric, een organisatie met 127.000 medewerkers in 100 landen, intern mobiliteitsplatform, de Open Talent Market. De aanleiding waren de schokkende resultaten van een enquete waaruit bleek dat “47%
van de mensen die Schneider verliet als reden aangaf dat ze geen carrière mogelijkheden binnen de organisatie zagen.” Een interne marktplaats moest een oplossing bieden.

Het proces: “Je maakt een profiel aan en vult je ervaring, vaardigheden, interesses en ambities in. Op basis hiervan ontvang je suggesties voor interne vacatures, korte opdrachten, mentoren en opleidingsmogelijkheden. De AI sluit discriminatie op basis van leeftijd, geslacht of etniciteit uit. De manager die de vacature plaatst, ziet alleen de naam, ervaring en vaardigheden van de werknemer. Het gaat dus eigenlijk alleen om vaardigheden en ambities. En mocht er bias binnensluipen als gevolg van de acties van de manager, dan zal dit worden gedetecteerd en opgelost op basis van het bias-mitigatiemechanisme van Gloat, aangevuld met periodieke beoordeling door het SE-team.”

Het resultaat: “Van een organisatie waar medewerkers minimaal drie jaar in één functie moesten werken en waar managers hun medewerkers lange tijd in dezelfde functie konden houden; naar een Open Talent Market (OTM) waar “tijd in positie” niet meer relevant is. Schneider Electric is nu één grote talentmarktplaats voor intern talent. Daardoor waren ze flexibel genoeg sinds het begin van de pandemie om snel te kunnen draaien en de vraag en het aanbod van vaardigheden en talent door de hele organisatie in evenwicht te brengen.”

Waanzinnig dat een organisatie van dit formaat zo’n wending heeft kunnen maken. Niet alleen zijn de medewerkers nu meer tevreden: de organisatie is ook een stuk efficiënter geworden: “We zitten nu op 88.000+ “unlocked hours”, uren die zijn geïnvesteerd in projecten door medewerkers die deelnemen aan OTM-optredens.”

Dit laat zien dat je als organisatie veel meer kunt halen uit de mensen die voor jou werken. Waar mensen normaal zitten opgesloten in hun functie(profiel), geeft een vraaggestuurd systeem (via een platform) mensen veel meer autonomie om te kiezen voor werk waar ze echt in hun kracht staan. Ik verwacht dat deze mensen zich ook veel meer ontwikkelen als ondernemende werknemers binnen de onderneming. Dit vraagt veel van een organisatie: niet meer denken in afdelingen en hokjes (mijn medewerkers!), maar het vraag ook veel van de manier van belonen en beoordelen. En natuurlijk ook de nodige praktische discussies: ik heb al genoeg verhalen over mislukte interne mobiliteitsprojecten gehoord omdat een medewerker niet op een andere afdeling mocht werken vanwege gedoe met een cao. Het is dus geen gemakkelijke opgave, maar de mens in plaats van het systeem (en het vakje) centraal zetten helpt al een boel. En waar een wil is…

Ook gelezen

  • ‘Het Google van tien jaar geleden zou naar ons luisteren’ – Google is sinds maandag het enige grote Amerikaanse techbedrijf met een vakbond. Organisator Nicki Anselmo: „Dit is onze manier om terug te vechten.”
  • De wereld van inhuur en extern talent in 2021. De voorspellingen van 14 experts.
  • Interview over misbruik marktpositie Alibaba – ChinaTalk’s Ed Sander was op 24 december 2020 te gast in het radioprogramma Stax & Toine en gaf Dionne Stax uitleg over het onderzoek naar machtsmisbruik bij Alibaba en de ingetrokken beursgang van Ant Group.
  • Apps boerden goed in 2020: mensen gaven record van 111 miljard dollar uit – “De uitgaven in de App Store stegen met 30,3 procent van 55,5 miljard naar 72,3 miljard dollar.” Met een commissie van 30 procent is de App Store een melkkoe die het bedrijf niet zonder slag of stoot (lees: regulering) op zal geven.
  • Deliveroo riders have elected their own safety representatives in a ‘milestone’ for the gig economy, following a string of deaths
  • Thuis, met een oppas van de zaak – Met kinderen thuiswerken is verre van ideaal, zeker als de kids ook nog eens online les moeten volgen. Sommige werkgevers bieden hun personeel een oplossing: een betaalde oppas voor overdag.

Contact

Inspiratie opgedaan en advies of onderzoek nodig bij vraagstukken rondom de platformeconomie? Of op zoek naar een spreker over de platformeconomie voor een online of offline event?

Neem gerust contact op via een reply op deze nieuwsbrief, via mail ([email protected]) of telefoon (06-50244596).

Bezoek ook mijn YouTube kanaal met ruim 300 interviews over de platformeconomie en mijn persoonlijke website waar ik regelmatig blogs deel over de platformeconomie. En lees mijn boek ‘Platformrevolutie – Van Amazon tot Zalando, de impact van platformen op hoe wij werken en leven’.

Er is ook een Engelstalige nieuwsbrief, welke iedere twee weken wordt verstuurd.