Tijdens mijn bezoek aan de Africa Jobtech Summit in Nairobi sprak ik met Michelle Hassan, directeur van de Afrikaanse Jobtech Alliance. In The Gig Work Podcast van de WageIndicator Foundation vertelt zij over de unieke uitdagingen en kansen van platformwerk in het zuiden van Afrika.

Terwijl in veel landen in Europa de bevolking vergrijst en de arbeidsmarkt verkrapt, gebeurt in Afrika het tegenovergestelde. Specifiek in het grote gebied ten zuiden van de Sahara-woestijn betreden jaarlijks 10 tot 12 miljoen jongeren de arbeidsmarkt, terwijl er officieel slechts zo’n 3 miljoen nieuwe formele banen beschikbaar zijn.

De Sub-Sahara Afrika is niet alleen de regio waar werkloosheid het grootst is, maar ook waar veel innovatie plaatsvindt. Zogenaamde ‘jobtechnology’ zou weleens het nodige verschil kunnen maken. Ondernemers zoeken oplossingen voor de arbeidsmarkt namelijk steeds vaker in technologie en technologie is de verbinder tussen Afrikaanse ondernemingen, werkenden en de rest van de wereld. De Jobtech Alliance helpt deze ondernemers te groeien, vertelde directeur Michelle Hassan mij in The Gig Work Podcast.

Wat is jobtech?

Eerst een stap terug: waar hebben we het eigenlijk over als we spreken over ‘jobtech’? De termen ‘platformeconomie’ en ‘jobtech’ worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen niet hetzelfde. Een platform is in de kern slechts een ‘matchmaker’: een digitale marktplaats die vraag en aanbod efficiënt aan elkaar koppelt. Denk aan Uber, Thuisbezorgd of Upwork. De platformwerker beschikt in dit geval al over de benodigde vaardigheden (digitale kennis, opleiding, rijbewijs) en middelen (auto, fiets, smartphone, laptop).

In de Afrikaanse markt is het zelden genoeg om alleen de match te maken. Het ontbreekt mensen namelijk vaak aan de juiste kennis, vaardigheden en middelen om het werk uit te voeren. Daarom moeten Afrikaanse techbedrijven ook investeren in bijscholing en toegang tot financiering voor bijvoorbeeld smartphones en gereedschap. Daarom spreken we van ‘jobtech’ (vrij vertaald: technologie rondom banen). Het is een overkoepelende term voor alle technologie die mensen in staat stelt om in hun levensonderhoud te voorzien.

Michelle Hassan, directeur van de Afrikaanse Jobtech Alliance

Veel initiatieven, weinig successen

In Afrika is een jobtech-ecosysteem noodzakelijk om platformwerk mogelijk te maken, vertelt Michelle Hassan. Zij is directeur van de Jobtech Alliance. Dit is een initiatief van de internationale hulporganisatie Mercy Corps en haar werkgever BFA Global. BFA Global is een ‘impact innovation’ bedrijf dat zich richt op het helpen van onderbediende gemeenschappen, zoals vluchtelingen, jongeren en vrouwen. Ze gebruiken onderzoek en technologie om toegang te creëren tot werk.

Hassan begon 10 jaar geleden bij het bedrijf met een onderzoek naar financiële inclusie en economische versterking in de breedste zin. Hassan: “Ik zag destijds veel jobtech-platformen opkomen en binnen twee of drie jaar falen. De kern van hun probleem: gebrek aan financiering, kennis en community.”

Figuur 1: de Jobtech Taxonomie van de Jobtech Alliance

Hoge opstartkosten, weinig financiering

In Afrika zijn de opstartkosten voor platformen hoger dan in de westerse wereld, omdat bedrijven in het begin flink moeten investeren in mensen. “Smartphones zijn hier pas net in opkomst, dus soms moet je bij de basis beginnen, zoals uitleggen hoe Google Maps werkt”, vertelt ze. “Velen hebben nog geen eigen toestel. Dat geldt niet alleen voor telefoons, maar ook voor andere essentiële middelen, zoals gereedschap voor een klusjesman of een voertuig voor een bezorger.”

Verder was er gebrek aan kennis over wat erbij komt kijken om een succesvol platform op te richten. “Er was simpelweg nog geen sprake van een sector”, vertelt ze. “Daarom zijn we begonnen met het bouwen van een gemeenschap van ondernemers, investeerders en beleidsmakers. In samenwerking met Mercy Corps ontstond zo in 2021 de Jobtech Alliance.”

Nieuw ecosysteem

De Jobtech Alliance is een ecosysteem voor inclusieve jobtech in Afrika, gericht op digitale platformen die mensen aan werk en inkomsten helpen. “Ons doel is een community die elkaar ondersteunt en van elkaar leert. Door kennis te delen, maken we niet steeds dezelfde fouten en kan jobtech als gehele sector harder groeien. Ook trekken we kapitaal aan via een netwerk van investeerders.”

De Alliance investeert zelf ook. “Op dit moment bieden we subsidie en technische hulp aan 46 bedrijven, van startups tot scale-ups”, zegt Hassan. Ze vertelt dat financiering voor de sector nog steeds beperkt is. “Dat komt enerzijds door gebrek aan kennis over de sector en anderzijds door slechte ervaringen in het verleden. Sommige venture capitalists hebben in het verleden een gok gewaagd die niet goed uitpakte, waardoor ze huiverig zijn om opnieuw in jobtech te investeren. Via ons Jobtech Investment Network informeren en overtuigen we ze dat er weldegelijk mooie investeringskansen zijn in deze sector.”

Bruggen bouwen

In bijna 4 jaar tijd is het netwerk flink gegroeid. “We hebben meer dan 1.700 community-leden, ongeveer 60 mensen in het investeringsnetwerk en zo’n 80.000 mensen die onze content lezen”, vertelt Hassan. “Er ontstaan ook interessante samenwerkingen. Denk aan fintechs die financiering regelen en opleiders die platformen helpen om werkenden de juiste vaardigheden te leren.”

Hassan en haar collega’s kijken verder dan Afrika alleen. “In het kapitaalkrachtige Europa en Noord-Amerika stijgt de vraag naar arbeid, terwijl wij een enorme, jonge beroepsbevolking hebben die werk zoekt”, vertelt ze. “Er is een tekort van 600.000 zonnepanelen installateurs in Europa. Dat is een kans voor Afrikanen. Jobtech-bedrijven kunnen de brug slaan door mensen op te leiden en vraag en aanbod te koppelen. Daarom steunen wij vooral platformen die hoogwaardige banen creëren.”

Michelle Hassan, directeur van de Afrikaanse Jobtech Alliance

Afrika is divers

De Afrikaanse platformeconomie is op allerlei fronten complexer dan die in de westerse wereld, legt de directeur van de Jobtech Alliance uit. “Je moet meer randvoorwaarden regelen zoals bijscholing en toegang tot digitale tools. De kosten van data zijn vrij hoog. En dit alles verschilt ook nog eens per land.”

Afrika is namelijk enorm divers. Sub-Sahara Afrika bestaat uit meer dan 46 landen met ieder hun eigen wetten, regels en uitdagingen. “Afrika is geen uniforme markt”, zegt ze. “Verder is de arbeidsmarkt heel anders geregeld dan in Europa. Zo’n 80% van de markt is informeel.”

Informeel: goedkoper en betrouwbaarder?

Dat maakt het lastig om bepaalde vormen van platformwerk aantrekkelijk te maken, bijvoorbeeld huishoudelijk werk en nanny’s. “In Kenia zijn er al vele initiatieven geweest in deze branches, maar tot nu toe is er niet een succesvol,” vertelt ze. “Huishoudelijk werk en oppassen zijn van oudsher informeel geregeld. Afrikanen hebben meer vertrouwen in een persoonlijke aanbeveling van de buren, dan in een platform.”

Verder moet je voldoen aan het minimumloon iemand via een platform werkt. “In Kenia is dat ongeveer 15.000 shilling (100 euro)”, zegt Hassan. “Veel nanny’s in het informele circuit krijgen dat niet. Waarom zou je iemand inhuren via een platform als het goedkoper is als via-via iemand vindt? Het is de uitdaging om het zo te regelen dat het niet veel duurder wordt.”

Formalisering biedt wel een hoop potentiële voordelen, zegt ze. “Het maakt de markt inzichtelijk en het geeft werkenden een betere onderhandelingspositie en meer mogelijkheden om flexibel te werken. Daarnaast biedt een app veiligheid. Vrouwen kunnen hun locatie delen in de app en met een druk op de knop hulp inschakelen.”

Iedereen is influencer

Er is een branche waar platformisering wel een groot succes is: de creatieve sector. Platformen zoals Wowzi en Twiva maken het mogelijk voor Afrikanen om geld te verdienen met hun eigen kleine netwerk op sociale media. Bij Wowzi verdienen jongeren bijvoorbeeld geld door berichten van merken te delen met hun eigen vriendenkring. Zo wordt elke smartphone-gebruiker een ‘nano-influencer’. Twiva stelt gebruikers in staat om producten van leveranciers te verkopen aan hun volgers tegen een beloning.

“Het gaat hier dus niet om grote sterren, maar om gewone gebruikers die werken als influencers”, benadrukt Hassan. “Zij fungeren als vertrouwde tussenpersonen. Ik denk dat dit model hier zo goed aanslaat, omdat het voortbouwt op bestaande sociale structuren van vertrouwen. Als ik iets wil kopen, heb ik veel meer vertrouwen in referenties van bekenden dan in advertenties.”

Datalabeling in opkomst

Ook de populariteit van ‘datawork’ of ‘AI-annotatie’ via platformen groeit. Dit houdt in dat mensen teksten en foto’s leesbaar maken voor AI, zodat het algoritme ervan kan leren. De dataworkers geven bijvoorbeeld aan wat een lantaarnpaal of een fiets is, zodat de AI achter een zelfrijdende auto deze objecten leert herkennen. Ook controleren en corrigeren ze de output van AI-modellen en algoritmes.

Dit soort werk is controversieel. Vaak is de vergoeding slecht en het werk eentonig en soms zelfs mentaal schadelijk. Is de opkomst van dit soort werk een goede zaak? “Het is een dilemma”, vindt Hassan. “Je moet het afzetten tegen het alternatief: geen werk. In Kenia zijn er zo’n 6000 mensen bezig met data-annotatie en voor velen is het een essentiële inkomstenbron. Met de Jobtech Alliance proberen wij te sturen op goede arbeidsomstandigheden en duurzame inkomsten. Datawerk hoeft niet slecht te zijn, als je maar eerlijk betaalt en zorg draagt voor de mentale gezondheid van werkenden.”

Michelle Hassan, directeur van de Afrikaanse Jobtech Alliance

Mogelijkheden voor innovatie en lokalisatie

Ook bestaande grote platformen breiden uit naar Afrika. Dat heeft voor- en nadelen, vertelt Hassan. “De komst van Uber leidde tot flinke weerstand en verstoring van de lokale taximarkt”, vertelt ze. “Aan de andere kant opende het mogelijkheden voor innovatie. Uber loste algoritmische uitdagingen op en dat was een mooi voorbeeld voor lokale startups.”

Uber is slechts beschikbaar in een paar drie steden in Kenia, vertelt ze. “Lokale initiatieven zoals Little Cab grijpen hun kans in andere gebieden. Wasili is gebaseerd op het Uber-model, maar richt zich specifiek op kleinere steden zoals Nakuru en Eldoret. Je ziet dat zo’n lokaal platform succesvol is omdat het beter inspeelt op lokale behoeften.”

Opschalen betekent aanpassen

Lokalisering is cruciaal voor succes, zegt zij. “Westerse modellen simpelweg kopiëren werkt niet”, zegt ze. “De lokale gemeenschap begrijpt de uitdagingen. Kijk naar e-commerce: dat ziet er hier heel anders uit. Adressering is een ramp, ik kan jou niet eens uitleggen wat mijn adres is. Je hebt dus bezorgers nodig die de wijk op hun duimpje kennen.”

Kortom, opschalen gaat niet zomaar. “We zien zelfs dat succesvolle Afrikaanse platformen, zoals SweepSouth uit Zuid-Afrika, falen als ze naar Kenia of Nigeria uitbreiden zonder hun model aan te passen aan de lokale verschillen”, zegt ze. “Opschalen naar meerdere landen in Afrika betekent voor elk land een uniek, lokaal aangepast model bouwen.”

Het is duidelijk dat jobtech vele kansen biedt in Afrika, maar dat groei nog niet vanzelfsprekend is. Hassan blijft zich dus inzetten voor de sector. Ze heeft een grote motivatie: haar driejarige dochter. “Als er de komende jaren geen banen bijkomen, wat moet ik haar dan vertellen als ze straks de arbeidsmarkt op gaat?” zegt ze. “Ik geloof oprecht dat jobtech de toekomst van werk is in Afrika. Het is aan ons om ervoor te zorgen dat het kwalitatief goede banen zijn.”

Terugblik

Dit interview is het laatste in mijn serie in Nairobi. Ik was daar tijdens de Africa Jobtech Summit om te spreken over de GigCV-casus en het Living Tariff. Wat mij direct opviel tijdens het congres, was de verbindende kracht van de Jobtech Alliance. Het is indrukwekkend hoe zij in staat blijken een ecosysteem op te zetten in een regio die net zo divers is als Europa.

‘Afrika’ bestaat namelijk niet. Elk land vraagt om maatwerk en dat begint bij fysieke aanwezigheid en het opbouwen van vertrouwen. Dat merkte ik zelf ook: vanuit Nederland kreeg ik amper reactie op e-mails naar Afrikaanse startups, maar tijdens het congres stonden de deuren wijd open, waarna het gesprek zich meestal via Whatsapp voortzette. Fysieke aanwezigheid loont.

Samen met de Alliance promoten we nu actief het delen van data via de GigCV API. En met succes: een half jaar later hebben drie platformen toegezegd en tonen vier anderen serieuze interesse. De les is helder: wie impact wil maken in de veelbelovende Afrikaanse markt, moet er middenin staan.

Recommended Posts