Is een platformwerker in dienst bij het platform of niet? Terwijl de rechter oordeelde dat dit inderdaad zo is voor de thuisschoonmakers van Helpling maaltijdbezorgers van Deliveroo, is het niet altijd zo voor de taxichauffeurs van Uber. De ene chauffeur kan zzp’er zijn, de ander werknemer. Wat zegt deze uitspraak over de arbeidsmarkt? Volgens mij stellen we niet de juiste vragen en daarom blijft de discussie zich herhalen. In deze editie van mijn nieuwsbrief ga ik hier verder op in. 

De uitspraak: het verschilt per geval

Het gerechtshof Amsterdam oordeelde deze week in hoger beroep dat taxichauffeurs die als zelfstandige werken via app Uber, niet per definitie als werknemers worden aangemerkt. Of ze juridisch zzp’er of werknemer zijn verschilt per geval. Als een chauffeur zich echt gedraagt als zelfstandig ondernemer, kan het zo zijn dat hij als zzp’er mag werken. Dat is bijvoorbeeld zo als hij zelf investeert in zijn auto, zelf ondernemersrisico’s draagt en zelf kiest wanneer en voor welk tarief hij werkt. Is hij hierin onvoldoende zelfstandig, dan is hij werknemer.

De zaak loopt al een hele tijd. Vakbond FNV eiste namens zes Uber-chauffeurs dat zij feitelijk werknemers zijn in plaats van zzp’ers. In 2021 gaf de rechtbank FNV gelijk en in het hoger beroep stelde het gerechtshof zogenaamde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Het oordeel deze week: de zes specifieke chauffeurs zijn geen werknemers, maar zelfstandig ondernemers. De rechter benadrukt daarbij dat chauffeurs die het platform gebruiken wel werknemer kúnnen zijn, maar dat dit per geval beoordeeld moet worden.

Bedoeling van de vakbond

Deze rechtszaak is onderdeel van een reeks zaken die FNV voert tegen platformen. Volgens FNV horen werkenden in de platformeconomie de rechten te hebben van werknemers of uitzendkrachten. Maar voor wie voeren ze eigenlijk deze strijd? Niet voor de kleine groep werkenden.

Eerder procedeerde FNV tegen thuisschoonmaakplatform Helpling en maaltijdbezorgplatform Deliveroo. In het geval van de Helpling-zaak ging het overduidelijk niet om de thuisschoonmakers. In het geval van de Deliveroo-zaak ben ik ervan overtuigd dat deze meer bedoeld was om een precedent te scheppen voor de hele arbeidsmarkt, dan op te komen voor een handjevol platformwerkers. Dat is een respectabele keuze, maar in het kader van de discussie moet dit doel wel helder blijven.

Waar komt de obsessie met werknemerschap vandaan?

In Nederland is het werknemerschap de norm, net als in veel andere westerse landen. Werknemers hebben toegang tot zaken als sociale verzekeringen, werkloosheidsuitkeringen, ziekteverlof en pensioen. Ze genieten bescherming op het gebied van gezond en veilig werken. Ze vallen onder cao’s en pensioenfondsen. Om hun rechten te laten gelden, mogen werknemers zich collectief organiseren en zich laten vertegenwoordigen. Dit in tegenstelling tot ondernemers die vallen onder het mededingingsrecht.

Kort gezegd, alle zekerheden en instituties zijn georganiseerd rondom werknemerschap. Zelfstandig ondernemers moeten het zelf oplossen. Deze tweedeling leidt ook tot verschil in prijs, waardoor er vooral bij lage tarieven concurrentie op arbeidsvoorwaarden ontstaat. Het is dus alles of niets en daarom is de classificatievraag (werknemer of zzp’er?) zo belangrijk. Maar dit vraagstuk blijkt ook zeer ingewikkeld.

Wat veranderen platformen nu echt?

De opkomst van de platformeconomie zette de discussie extra op scherp. Ik vraag mezelf altijd af: wat is de impact van de komst van een platform in de markt? Hoe was de sector eerst georganiseerd? Thuisschoonmakers, maaltijdbezorgers en taxichauffeurs zijn tenslotte geen nieuwe beroepen. Wat is de strategie van het platformbedrijf en welke verandering brengt die?

Helpling: vrijwel niets

In het geval van Helpling veranderde bijzonder weinig. Al 25 jaar voordat Helpling de markt betrad waren er bemiddelingswebsites voor thuisschoonmaak. Helpling maakte het simpelweg makkelijk om een eerste nieuw contact te leggen. Een tweede afspraak maak je eenvoudig buiten het platform om.

Er was dus geen risico op een ongewenste machtspositie. De concurrenten van Helping waren geen schoonmaakbedrijven, maar de informele markt. Toen de rechter oordeelde dat de schoonmaker uitzendkrachten waren, ging het platform failliet en gingen de schoonmakers ‘terug’ naar het informele circuit. De aandacht voor de precaire positie van deze groep werkenden verdween daarmee, ondanks alarmerende rapporten over het niet functioneren van de Regeling Dienstverlening aan Huis.

Deliveroo: onduidelijkheid en angst

De komst van Deliveroo en concurrent Uber Eats leidde weldegelijk tot verandering. Voorheen functioneerde de markt heel matig: maaltijdbezorgers waren doorgaans in dienst van de horeca en vielen onder de horeca-CAO, in plaats van de TLN-cao waar FNV in een onderzoek naar refereerde.

Een maaltijdbezorger in Oxford wacht op zijn volgende bestelling (foto: Martijn Arets)

Maar Deliveroo maakte het niet veel beter. De twee platformbedrijven zorgden ten eerste dat bezorgers geen werknemers maar freelancers werken. Zij werden niet per uur, maar per bestelling betaald. Dat model was ondoorzichtig en dat werd steeds erger. Daarbij hadden de onduidelijke algoritmes vaak negatieve invloed op koeriers en dat leidde tot angst.

Dat platformen geen negatieve invloed hoeven te hebben, bewees Nederlandse Thuisbezorgd. Dit bedrijf nam de maaltijdkoeriers wel in dienst en kreeg zelfs een prijs voor het toepassen van digitale toepassingen voor gezondheid op werk.

Uber: een strijd voor de vakbond

Taxi-app Uber betrad de markt van straattaxi’s. Zzp-schap was al de norm voor chauffeurs en taxicentrales hadden hun eigen manieren vraag en aanbod van taxi’s samen te brengen. Hoewel technologie van Uber niet nieuw was, zorgde de aanvliegroute van Uber voor enorme verandering. Een agressieve (of ambitieuze?) strategie, een ongekende internationale schaal en slimme marketing en lobby.

Taxi in Amsterdam (foto: Martijn Arets)

Uber verlaagde de drempel om taxichauffeur te worden en om taxi’s te bestellen. Het model was ‘on demand’ en dat had zware impact op de toegang, allocatie, sturing en beoordeling van werk. Het werd onduidelijk hoe de vergoeding voor de chauffeur bepaald werd. Lees ook deze analyse over een onderzoek naar inkomsten. Er was geen menselijk aanspreekpunt. Laat staan een gestructureerd kader van regels, rollen, verantwoordelijkheden en besluitvormingsprocedures. Kortom, er was wel degelijk iets om voor te strijden als vakbond.

Wens van de platformwerker? Vaak onbelangrijk

Maar wat wil de werkende? In het arbeidsrecht is dat niet van belang en ook vakbonden trekken zich er maar beperkt iets van aan. Vakbonden vertegenwoordigen tenslotte een collectief belang, is de gedachte. Toch zou het vakbonden meer context geven als zij vaker naar individuen zouden luisteren. Bovendien zou dat hun legitimiteit als vertegenwoordigers versterken.

Uber chauffeur tijdens een demonstratie bij het Uber kantoor in Amsterdam (foto: Martijn Arets)

De Leeds Index of Platform Labour Protest biedt een interessant inkijkje in wat werkenden willen. Ik sprak de onderzoekers een tijd geleden in mijn podcast. In deze paper (op basis van meer dan duizend protesten) delen zij ook motivaties van platformwerkers om te protesteren. Wat blijkt: het verschilt sterk per regio, beroep en economische situatie, maar veruit de meeste klachten wereldwijd gaan over de beloning.

Wat mij opvalt in de uitspraak

Terug naar de uitspraak van het gerechtshof in de zaak Uber. Daaruit blijkt weer eens dat classificatie ingewikkeld is. Het blijft maatwerk. Of iemand mag werken als zzp’er is blijkbaar lastig te bepalen per groep of sector. Deze discussie zal dus nog wel even voortduren.

1.      Weinig aandacht voor technologie en algoritmisch management

Ik heb niet het hele arrest gelezen en heb geen juridische achtergrond, maar als platformdeskundige vallen met een aantal zaken op in de uitleg van de rechter. Zo ben ik verbaasd dat er zo weinig aandacht is voor de rol van technologie in de verdeling, uitvoering en beoordeling van het werk. Opvallend, want door de komst van Uber is de impact van algoritmisch management heel groot in de taxibranche.

2.      Grote investering: zelfstandigheid of afhankelijkheid?

Een ander interessant detail is dat of een taxichauffeur zelf investeert in een auto meetelt in de beoordeling. Dat terwijl zo’n forse uitgave juist tot grote afhankelijkheid van het platform kan leiden.

3.      Focus op etiket, niet op welzijn

Verder vind ik het jammer dat er nog steeds zo’n grote focus ligt op het etiket (ben je werknemer of zzp’er?) en zo weinig op de werkomstandigheden in de praktijk. Het vanuit ons Nederlandse systeem weliswaar logisch, maar in de praktijk is er na zes jaar strijd bij de rechter niets veranderd voor de taxichauffeur. In andere landen zie ik dat bonden soms soepeler zijn en zich focussen op afspraken over de inhoud en omstandigheden van het werk. Zo hoeven zij niet eerst de juridische status bij de rechter uit te vechten.

Is werknemerschap echt de oplossing?

Hiermee kom ik op de vraag: stellen we de juiste vragen? Ja, werknemerschap zou een aantal problemen in de sector automatisch oplossen. Op dit moment gedijen platformen als Uber en Bolt als zij een overaanbod van chauffeurs hebben. De klant is altijd snel geholpen. Maar de bijhorende onbetaalde arbeid gaat volledig ten koste van de zzp-chauffeur. Zou hij in dienst zijn, dan zijn die kosten voor zijn werkgever. Ook maakt werknemerschap een eind aan discussies over niet-transparante berekeningen van vergoedingen en het recht op verzekeringen en pensioen.

Maar uit deze uitspraak blijkt dat collectief werknemerschap opeisen erg lastig is. Daarnaast betekent een arbeidscontract vaak een uitzend- of payrollconstructie. Bieden die flexcontracten echt alle voordelen? In het buitenland bleken uitzendbureaus in de knel te komen met het uitvoeren van hun zorgplicht als platformapps de gehele planning en aansturing overnemen.

Tot slot is het goed te beseffen dat platformwerk niet ineens uitstekend beloond wordt als werknemers in loondienst komen. De consument is misschien wel de meest beroerde werkgever.

De juiste vragen

We kunnen ons beter afvragen hoe we de concurrentie tussen de verschillende contractvormen kunnen voorkomen. Geen contractspecifieke verzekeringen, pensioenen en regels, maar juist contractneutrale voorzieningen.

Een werkend voorbeeld is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze wet is van toepassing is op de persoon en uit onderzoek blijkt dat werkenden volop mogelijkheden hebben via deze wet hun rechten op te eisen. Ook in de aankomende Platformwork Directive staan contractneutrale oplossingen voor de bescherming van werkenden.

Experimenteer met platformen

De platformeconnomie wordt gezien als de kraamkamer van arbeidsmarkttechnologie en de toekomst van werk. Laten we platformen dus gebruiken om te experimenteren met eerlijke representatie, medezeggenschap en verantwoordelijkheden in de digitale wereld. 

Dat gebeurt al. Lees bijvoorbeeld mijn verhaal over de Worker Info Exchange in het Verenigd Koninkrijk. Of mijn stuk over het Colombiaanse platform Hogaru dat, in tegenstelling tot de overheid, in staat is om onzichtbare schoonmakers te bereiken en te informeren over hun rechten.

Ook in Nederland zijn er initiatieven. Zo begon ik zelf KlusCV, waar platformwerkers hun data over werkprestaties kunnen meenemen in de vorm van een digitaal CV. Ik ben ook betrokken bij het Leefbaar Tarief, een minimumtarief voor zelfstandig werkenden op basis van een eerlijk, leefbaar inkomen. Dat je zo’n minimumtarief kunt afdwingen bleek in de staat New York. Sinds 2023 hebben (naar eigen zeggen) 60.000 werkenden samen meer dan 700 miljoen dollar extra ontvangen. 

Een van de spandoeken tijdens een demonstratie van Uber-chauffeurs voor het hoofdkantoor van Uber in Amsterdam (foto: Martijn Arets)

Er zijn dus al voorbeelden, maar wat mij betreft mogen het er nog veel meer worden en mogen ze meer prioriteit krijgen. Ze helpen ons om bestaande, verouderde werkwijzen, regels en keuzes te heroverwegen. Niet de status quo of de markt, maar goede inzichten en afwegingen moeten de basis zijn om te beslissen wat we als samenleving wel en niet willen. Zoals ingewikkelde, dynamische prijsmechismen voor werk.

Tot slot

Het debat zit nu op slot. De focus ligt volledig op de juridische status van de werkenden en dat leidt af van het echte doel: een goed functionerende arbeidsmarkt met eerlijke rechten voor werkenden. Door alle rechtszaken durven veel platformen niet verder te innoveren. Ze durven geen zaken te ontwikkelen die ten goede komen aan platformwerkers, uit angst als werkgever gezien te worden.

Ik pleit dan ook voor een diverse, open aanpak. Laten we ruimte creëren om samen te werken aan een betere arbeidsmarkt voor alle werkenden, ook als we het niet eens zijn of zij zzp’er, werknemer of uitzendkracht zijn. Let’s agree to disagree.

Recommended Posts