Momenteel werk ik als buitenpromovendus aan de Universiteit Utrecht aan mijn proefschrift met als werktitel ‘Essays in the Empowerment of Gig Workers’. Hier onder een (nog niet definitieve) draft van de storyline van mijn proefschrift.

Digitale arbeidsplatformen, bekend geworden door organisaties als Uber, Deliveroo en Amazon Mechanical Turk, spelen een steeds grotere rol in de koppeling tussen vraag en aanbod van werk binnen steeds verder gefragmenteerde arbeidsmarkten. Wereldwijd raamde The World Bank het aantal platformwerkers op 154 tot 435 miljoen in 2023. Dat komt neer op ongeveer 4,4% tot 12,5% van de wereldwijde beroepsbevolking (Datta et al., 2023). Deze platformen slagen erin werkenden efficiënt met opdrachtgevers te verbinden en in de transactie te faciliteren. Tegelijkertijd bepalen zij als ‘private regulator’ de voorwaarden voor werkenden rondom onder andere toegang, allocatie, invulling, uitvoering, prijsstelling en evaluatie, veelal door gebruik te maken van algoritmes. Deze fragmentatie in combinatie met automatisering en algoritmisering draagt bij aan versterking van informatieasymmetrie tussen werkenden, hun vertegenwoordigers en opdracht- en werkgevers, terwijl de machtspositie van platformbedrijven toeneemt. 

Hoewel platformwerk vaak als containerbegrip wordt neergezet, is het landschap van platformwerk en de mate van impact op werk divers. Bovendien is platformwerk ingebed in bredere maatschappelijke en wetenschappelijke discussies omtrent precariteit, contractvormen, fatsoenlijke beloning, zeggenschap en de impact van automatisering op de arbeidsmarkt. Wat ervoor zorgt dat er geen ‘one size fits all’ oplossingen zijn. 

In dit proefschrift worden verschillende oplossingsrichtingen onderzocht die bij kunnen dragen aan een betere positie van platformwerkers ten opzichte van de platformen waar zij van afhankelijk zijn voor toegang tot, en condities van, werk. 

In het eerste deel onderzoek ik hoe bestaande instrumenten en constructies op de arbeidsmarkt kunnen worden ingezet om de positie van de werkende te verbeteren. Hierbij kijk ik eerst naar de contractstatus, waarbij de vraag wordt gesteld in hoeverre platformwerk ook vanuit een dienstverband kan worden ingericht. Hieruit blijkt dat platformwerk in veel gevallen goed vanuit een (uitzend)dienstverband kan worden georganiseerd, maar dat dit beperkt bijdraagt aan de zekerheid voor de werkende en de verantwoordelijkheid van het platformbedrijf. Ook wordt geconstateerd dat honderd procent werknemerschap in sommige markten, en dan met name in de Majority World, geen reëel scenario is. Als instrument om onafhankelijk van contractvorm een minimumtarief voor werkenden te berekenen presenteer ik vervolgens het ‘Living Tariff’, een methodologie voor het berekenen van een op basis van kosten voor levensonderhoud minimumtarief, wat voortbouwt op het algemeen erkende Living Wage. 

In het tweede deel onderzoek ik hoe je de technologie van platformen op de arbeidsmarkt zélf kunt inzetten voor het verbeteren van de positie van de werkende. Hierbij start ik met een onderzoek naar dataportabiliteit, waarbij ik eerst onderzoek in hoeverre werkenden hun data mee zouden willen nemen op het moment dat een platform deze functionaliteit aanbiedt, om vervolgens te onderzoeken hoe een succesvolle ‘data portability scheme’ kan worden ontwikkeld. De tweede lens die ik binnen dit tweede deel onderzoek is de vraag hoe platformen, die als centrale hub binnen gefragmenteerde markten opereren, kunnen worden ingezet als instrument om werkenden onderling en werkenden en hun vertegenwoordigers met elkaar te verbinden. Dit doe ik naar aanleiding van artikel 20 van de Europese Platformwork Directive, waarbij ik een ontwerp presenteer van een publiek platform met door platformbedrijven verplicht te gebruiken API’s. 

Tot slot onderzoek ik hoe platformwerkers zélf de eigenaarschap en bestuur in handen kunnen krijgen. Dit doe ik door eerst te onderzoeken wat de succesfactoren zijn van platformcoöperaties en in welke sectoren zij levensvatbaar kunnen zijn. Om af te sluiten met een bredere blik hoe coöperaties en gedeeld eigenaarschap als ‘exit by design’ strategie kunnen worden geïmplementeerd door platformen om de belangen van gebruikers op lange termijn te borgen.